Onze saharatocht

Na ongeveer twee weken zandhappen in de Sahara zijn we vandaag weer aanbeland in ons hectische landje. Wel erg moeten wennen na al die desolaatheid en stilte van de afgelopen weken. Lees ons reisverslag en bekijk hier de foto's.

Marokko– Sahara: 10 dagen tussen de kamelen, december 2006

Vrijdag 22 december 2006: Amsterdam naar Marrakech
Met een vervangend vliegtuig van Futura Airways vliegen we naar Casablanca. Daar stappen we over op een binnenlandse vlucht naar Marrakech: de rode koningsstad in het zuiden. Om 18.00 uur komen we aan op ’t vliegveld van Marrakech. We verblijven twee nachten in hotel Tazi vlakbij het grote plein Djemaa-el-Fna. `s Avonds genieten we van de haast sprookjesachtige sfeer op dit altijd drukke plein met heerlijk geurende etensstalletjes, acrobaten, verhalen-vertellers, traditionele waterverkopers en slangenbezweerders en eten we in een lokaal Marokkaans restaurantje, lamscouscous .

Zaterdag 23 december 2006: vrije dag Marrakech
Een hele dag om ons onder te dompelen in deze bijzondere stad. We sightseeën langs bekende punten in Marrakech. Ronddwalen in de wirwar van smalle steegjes in de souks en een bezoek aan het El Bahia-paleis. ’s Middags lunchen we in een Italiaans restaurant in Franse wijk Gueliz, koolhydraten stapelen voor de wandeltocht, veel te veel betaald en ver gelopen. ’s Avonds eten we in hotel Ali, net als 4 jaar geleden, buffet en aansluitend nog een laatste glaasje sinaasappelsap op het plein.

Zondag 24 december 2006: Marrakech - Mdouer el Kbir duinen
We vertrekken vandaag vroeg. Per bus rijden we over de 2260 m. hoge Tizi-n-Tichka (pas) naar het zuiden. In de wintermaanden zijn de bergen besneeuwd, maar de weg is schoon en slingert zich als een echte bergroute met haarspeldbochten over de pas.
Na de pas zien we het landschap veranderen. De droogte van de woestijn lijkt hier bijna direct te beginnen. Wij rijden nog dik 200 km. verder. Via het tapijtstadje Tazenakht (alwaar we een heerlijke tajine verorberen) komen we bij Foum Zguid, waar het asfalt ophoudt. Hier is de laatste mogelijkheid om nog (muf smakend) mineraalwater te kopen. Vervolgens rijden we de woestijn in langs een onverhard spoor, de ‘piste’ naar ons eerste bivak, waar de tenten al zijn opgezet en de kamelen en hun drijvers op ons wachten. Bij de duinen van Mdouer el Kbir genieten wij, met een glaasje muntthee van onze eerste zonsondergang. Op het menu staat ’s avonds wederom Tajine.

Maandag 25 december 2006: Mdouer el Kbir naar Mdouer Sghir duinen
Terwijl wij, na het inpakken van onze bagage en tenten, van ons eerste “woestijn-ontbijt” (met kersstol!) genieten, wordt met enig passen en meten alle bagage op de kamelen geladen. We beginnen om 9.00 uur aan onze wandeltocht en maken eerst een kleine omweg naar de ‘rots-vingers’ voor een mooi uitzicht. We vervolgen onze route over vlakker terrein met een raar soort ‘weg-zak’ zandlaagje wat haast als op sneeuw loopt. Naar het zuiden zien we een aantal grote rotsbergen waarachter de eindeloze steenwoestijn (Hamada) van de Draâ. In het noorden zien we in de verte de bergrug van de Jebel Bani. Wij lopen naar het oosten langs een plek waar 400 miljoen jaar oude fossielen (belemnieten) te vinden zijn; wij hebben ook een aantal fraaie exemplaren weten te bemachtigen. We lunchen bij enkele, door de kamelen zo geliefde, acacia’s. De kok heeft een salade gemaakt met verse groenten, rijst, olijven kaas en tonijn. Na een korte siësta vervolgen we onze route naar de duinen bij een brede tafelberg. Na een couscous-maal genieten we `s avonds van een prachtige sterrenhemel en een heerlijke stilte zoals die alleen aanwezig is in onherbergzame gebieden.

Dinsdag 26 december 2006: Mdouer Sghir naar Iriki duinen
Nog een keer kerststol bij het ontbijt! Vandaag vertrekken we om 9.30 uur. In de ochtend lopen we over een stenige vlakte, de Reg-woestijn. We zien enkele grensposten met Algerije. Daar waar de Paris-Dakar route de onze kruist buigen we af over een kam van zandduinen. Tot het weer vlakker wordt en we terecht komen in het drooggevallen Lac Iriki, eens het grootste meer in Afrika. Bij enkele tamarisken stoppen we voor de lunch (salade met pasta, kaas en sardine). `s Middags lopen we verder over het oneindig lijkende droge meer en ervaren het gevoel van een fata morgana; is daar in de verte dan toch water? De woestijn lijkt alleen bewoond te worden door enkele vogels (de tapuit), een enkele schorpioen en fraaie woestijnroosjes. Temidden van het drooggevallen meer, bij wat zandduintjes, maken we om 16.00 uur bivak. In de verte tegen de Jebel Bani ligt een klein dorpje. Diner: spaghetti met Marokkaanse groenteschotel. ’s Avonds worden we voor het eerst geconfronteerd met het getrommel en gezang van de Berber-begeleiders.

Woensdag 27 december 2006: Iriki naar Erg Lamhazil
We vervolgen om 9.20 uur onze weg over het drooggevallen meer. Het is een zeer zonnige dag met toch wel een redelijk frisse wind. De grond waarop we lopen doet poreus aan en her en der treffen we kleine struiken aan die we zigzaggend ontwijken. We lijken door mijnenveld te lopen. We lopen in één keer naar het bivak alwaar we om 12.30 uur arriveren. De lunch: salade, rijst, kaas en tonijn. We kamperen op een plateautje tussen zandduinen, ’s middags vrij spelen in de zandduinen en ’s avonds groentestoofschotel eten. Voor onze kamelen zijn de door hen geliefde acacia’s soms ver te zoeken. Voor zonsondergang lopen ze vrij rond en dwalen flink af op zoek naar iets te eten.

Donderdag 28 december 2006: Erg Lamhazil naar Erg Rhoul
We lopen vandaag naar het duinengebied van Erg Rhoul. De wind trekt behoorlijk aan en de lucht toont enkele verontrustende wolkenpartijen en wervelwinden. Vanwege het risico van een zandstorm lopen we weer meteen door naar het bivak alwaar we om 12.30 uur aankomen. Veel tijd voor lezen en een kleine wandeling door de zandduinen.

Vrijdag 29 december 2006: Erg Rhoul naar Cheggaga duinen
We volgen min of meer een zanderige rivierbedding die vol staat met woestijnpompoenen en de groene struiken van de giftige sodomsappel. De sodomsappel is inheems in Zuid-Afrika en is nu verwilderd in Zuid-Europa en Noordwest-Afrika. De plant komt vooral voor aan de kust in de buurt van zandstranden, wegbermen en in de woestijn. We lopen tot vlakbij de hoogste en, naar zeggen, mooiste duinen om hier bivak te maken. Het was een lange tocht, want het is inmiddels 16.30 uur. Het hoogste duin wordt nog beklommen voor een mooie zonsonder- en opgang. Vanaf een hoog duin lijkt het landschap door te golven zover je maar kunt kijken.

Zaterdag 30 december 2006: Erg Cheggaga naar Bouguerne
We verlaten langzaam het hoge duinengebied en komen door een vlakker gebied met sporen van wat akkerbouw. Dan volgt een flink stuk steenwoestijn met af en toe een zandduintje en in de verte de Jebel Bani met een top in de vorm van een tajine. Het lopen wordt bemoeilijkt doordat er vandaag veel wind is, die ons het zand recht in ’t gezicht en ogen blaast. Als we weer terug in de zandduintjes zijn, stoppen we bij de eerste tamarisken voor de lunch. Er volgen meer zandduintjes en nog een vlakker stuk. We lopen door een groen veld dat naar rucola ruikt, treffen een kamelenskelet aan en dan staan we ineens bij ons bivak op de volgende mooie plek tussen de zandduinen. Na het eten (groenteschotel met pruimen) maken de Berbers een kampvuur, die wordt gebruikt voor het bakken van een ‘pain du sable’.

Zondag 31 december 2006: Bouguerne naar Oued Naam duinen
Na een gebied met zandduinen lunchen we onder de tamarisken. We steken een vlakte over met weer enkele sporen van wat akkerbouw. De wind is sterk toegenomen en omdat we lunchen met een mond vol zand niet erg prettig vinden, besluiten we weer om in een keer door te lopen naar de volgende bivakplaats. Na de oversteek van nog een stenige vlakte komen we bij een put met een waterreservoir. Tussen de achterliggende hoge duinen maken we om 14.15 uur bivak. Het valt niet mee om met zo’n stevige wind een tent op te zetten. Alle scheerlijnen worden nog eens extra strak aangespannen. ’s Middags voldoende tijd om te genieten van het beeld van het zand dat vliegt over de duintoppen en wervelt over de vlakte richting ondergaande zon. ’s Avonds om negen uur vieren we oud jaar door het aansteken van sterretjes; voor ons weinig bijzonder maar onze Marokkaanse begeleiders hebben de grootste lol. Om half tien op een oor.

Maandag 1 januari 2007: Oued Naam naar Bounou duinen
Door en langs zandduinen en door een zanderige droge rivierbedding lopen we tot dichtbij M’Hamid en vlakbij een waterput. De wind is weer gaan liggen. Langzaam maar zeker worden we teruggebracht naar de bewoonde wereld. We lunchen bij een mooi herbergje: couscoussalade met vis. Hier wordt ook voor ons op traditionele nomadenwijze thee bereid, hetgeen ons geduld behoorlijk op de proef stelt. De thee wordt vele malen ingeschonken en weer terug gegoten in de theepot om de drank te ‘beluchten’. ’s Middags vervolgen we onze weg door de grindwoestijn om uiteindelijk weer bij een mooie plek tussen de zandduinen ons bivak te maken. De wind is echter alweer behoorlijk aangetrokken waardoor het opzetten van de tent wederom om behendigheid vraagt. Het is een koude avond.

Dinsdag 2 januari 2007: Bounou naar Tidri
Door en langs de bijna altijd droge rivierbedding van de Drâa komen we langzaam in wat groener gebied. In de loop van de ochtend brengen we een kort bezoek aan het oude en lemen vestingdorpje Ouled Driss waar de huizen in de vorm van een ksour met goede bescherming tegen zon en vijand zijn gebouwd. We lopen door een palmerij en volkstuintjes. Hogerop langs de (droge) rivier maken wij bivak tussen de duinen met tamarisken.

Woensdag 3 januari 2007: Tidri naar palmerij van Sidi Sal
Vandaag een plezierige uitloop en het laatste deel van onze wandeltocht. We verlaten de laatste zandduinen. In de verte zien we het zadel in de bergrug al. Die kant gaan we op. We gaan over de bergrug heen. Aan de top genieten we van een spectaculair uitzicht over de immense vlakte die volledig omgeven is met bergen. Eénmaal over de bergrug komen we uiteindelijk bij dadelpalmen en kleine akkertjes van enkele nomaden-dorpjes. Hier maken wij kamp. Na de lunch brengen we in de middag een bezoek brengen aan het dorpje Sidi Sal voor een cola bij de enige kruidenier die het nomadendorpje rijk is en een bezoek aan de zaouia (het graf van de marabout, een heilige). We kamperen onder de dadelplamen niet ver van dit dorp. ’s Avonds repeteren we vele Nederlandse liedjes, die we bij het afscheid van onze Marokkaanse vrienden ten gehore willen brengen.

Donderdag 4 januari 2007: Sidi Sal naar Ouarzazate
Een minibus staat al vroeg klaar om ons naar Ouarzazate te brengen langs de palmenrijke vallei van de Draâ. We nemen emotioneel afscheid van onze Berber-vrienden en vertrekken vervolgens noordwaarts. De geplande koffiestop in Agdz slaan we maar over als blijkt dat daar een demonstratie (anti-westers??) gaande is. In Ouarzazate hebben we ruimschoots de tijd om lekker rond te lopen, een muntthee te drinken, de oude kasbah Taorirt te bezoeken en een brief te schrijven voor de nederlandse kennissen van Hassan, de souvenirverkoper aan de Avenue de Mohammed V. Maar belangrijker nog: tijd om na tien dagen weer eens een warme douche te ervaren en al het woestijnzand van je af te boenen.

Vrijdag 5 januari 2007: Ouarzazate – Casablanca- Amsterdam
Vandaag ontbijten we om 4 uur ’s morgens. Dit is noodzakelijk omdat ons vliegtuig al om ongeveer zes uur zal vertrekken richting Casablanca. Een korte busrit brengt ons naar het vliegveld van Ouarzazate en via Casablanca vliegen we terug naar Amsterdam. Om 15.00 uur zijn we weer thuis.