Hoe verbind je een uitstap- en opstapplaats van de fietsbus tot een mooie fietsroute? Je typt de plaatsnamen in Google Earth, vermeldt nog een tussenstation wat je graag opneemt in de route en drukt op 'enter'. Zo kwamen wij aan onze fietsroute voor de zomer van 2011.
In Tuoro (aan het meer van Trasimeno) in midden Italië gingen we van start. Aanvankelijk nog
lekker vlak fietsen langs het meer, maar al na een kilometer of tien kwam de eerste klim en daarna is het niet meer vlak geworden. Via Perugia en Assisi maakten we in een hitte van 35 tot 40 graden weer kennis met de infrastructuur van Italië: alle plaatsen liggen daar op een heuveltop en die plaatsen worden door een weg met elkaar verbonden, waardoor je dus de hele dag aan het klimmen en dalen bent. Maar ach, was dat ook niet wat we zochten? De landschappen zijn er prachtig. De campings echter schaars. Dus hebben we vooral vrij gekampeerd op vaak prachtige plekken, zoals in deze olijfboomgaard.
Door de Monti Sibillini en het Parco del Gran Sasso fietsten we naar Ortona aan de Adriatische Zee. Daar scheepten we in voor een dagje relaxen op de boot naar Split in Kroatië, via het eiland Hvar.
In Kroatië wilden we zoveel mogelijk de kuststrook mijden, vanwege de verwachte toeristendrukte. Zeker nadat we daarin bevestigd werden door andere fietsreizigers die we spraken op de camping bij Split. Dus fietsten we meteen het binnenland in. De eerste dagen was het landschap nog erg droog en kaal, met veel rechte wegen. En het was nog steeds erg heet. Gelukkig vonden we voldoende winkels om aan onze spullen en vooral water te komen. In tegenstelling tot Italië, waar in ieder dorpje wel een waterkraan te vinden is, zie je in Kroatië geen waterkraantjes langs de weg. Schrijnend om te zien waren de gebieden waar vrijwel alle
huizen leeg en verlaten waren. Ongetwijfeld van Bosniërs of Serviërs die de streek zijn ontvlucht tijdens de oorlog. Naarmate we noordelijker kwamen in Kroatië werd de omgeving steeds groener. En zo kwamen we aan in het Plitvicka park (waar overigens beren leven, waarvoor we via borden ook werden gewaarschuwd). Het Plitvicka park herbergt een aantal meertjes met glashelder water waarin je de vissen zo voorbij kunt zien zwemmen. Die meertjes liggen op verschillende hoogtes, waardoor er talrijke watervallen van het ene naar het andere meer lopen. Prachtige natuur!
In het noorden van Kroatië merkte je al dat de Alpen dichterbij kwamen. Het werd heuvelachtiger, groener en beboster. En zo fietsten we Slovenië binnen.
Over Slovenië hadden we van verschillende kanten al zoveel positiefs gehoord, dat we onze oorspronkelijke route wat aanpasten om langer in dat land te kunnen vertoeven. Het zuiden was lieflijk en glooiend. We reden door kleine dorpjes en boerengemeenschappen. De huizen
zien er allemaal perfect verzorgd uit en opvallend was ook dat er regelmatig kunstwerken in de openbare ruimte staan. Slovenië oogt dan ook als een welvarend, maar nog altijd authentiek Alpenland.
In Ljubljana, de hoofdstad, planden we een rustdag om de stad te kunnen bekijken. Een kasteel torent uit boven de stad, waar mooie gebouwen en moderne winkels elkaar afwisselen en waar een goed werkend fietsverhuursysteem (à la het witte fietsenplan) ervoor zorgt dat er veel wordt gefietst.
Vertrekkend vanuit Ljubljana reden we verder naar het noorden, naar de Slovenische Alpen. Pittige hellingen (tot 18%), hoge en ruige bergen, diepe en smalle dalen, snelstromende rivieren met ijskoud water, het is er allemaal te vinden. Via de Vrsic-pas en de Passo di Predil verlaten we Slovenië en keren we terug naar Italië.
Het eerste stuk Italië is niet aangenaam, maar wordt overheerst door drukke (snel)wegen en grauwe industriestadjes. We moeten dit even door om weer in een mooier deel te komen: de Dolomieten. Vanaf Ampezzo klimmen we over de Passo di Mauria en treffen vervolgens een lange afstandsfietspad door de Dolomieten: een prachtig geasfalteerd pad dat de route van een oude spoorbaan volgt. Dat betekent een heel geleidelijk hellingspercentage en geen last meer van het verkeer. Zo fietsen we relaxed naar Cortina d'Ampezzo. Daar nemen we weer een rustdag om een rondje te kunnen fietsen tussen het berggeweld van de Dolomieten. Maar weer grotendeels over prachtige fietspaden. De laatste dagen is er nog heel wat klimwerk te verrichten: we gaan over de Passo di Falzarego en de Passo Pordoi (beide boven de 2000 meter) en tijdens de laatste etappe bedwingen we
nog de Passo di Costalunga. Maar vanaf die col dalen we 30 km lang in zoevende vaart af richting Bolzano, waar onze reis eindigt. De trein brengt ons van daar, via de Brennerpas en Innsbrück naar München. Daar drinken we in een biergarten een Radler op de goede afloop.
En nu: op naar de foto's! Of bekijk de route in Google Earth (of in google maps)