Fietsreis Italië

De beschikbaarheid van treinbestemmingen in Italië bepaalde dit jaar het af te leggen fietstraject. We moesten het doen met een start in Verona en een finish in Livorno. Daartussen bevinden zich vier streken: Emilia Romagna, De Marche, Umbrië en Toscane.

Emilia Romagna

Verona ligt aan de noordkant van de Po-vlakte. Kijk je naar het noorden dan zie je een berglandschap. Draai je je om dan is het land zo vlak als een dubbeltje. Onze eerste fietsdag richting het zuiden was dan ook een rustig opwarmertje voor wat nog zou komen. Onderweg kwamen we meerdere fietsreizigers tegen die waarschijnlijk kozen voor een Italiaanse sfeer in een gemakkelijk te bereizen landschap. Wij doorkruisten die dag de Po-vlakte volledig en vonden uiteindelijk een camping in Modena ingeklemd tussen snelwegen, waar wij Simon troffen, een fietsreiziger uit Slovenië die vanuit zijn thuisland op weg was naar Santiago de Compostella.

Vanaf de tweede dag werd het heuvelachtiger, dus fraaier en hadden we het gevoel echt in Italië te zijn. Emilia Romagna is een rustige streek met veel kleine dorpjes, maar vooral ook grote natuurparken met uitgestrekte bossen in een bergachtige omgeving. Zo fietsten wij door het Nationaalpark delle Foreste Casentinesi, een verstild gebied bestaande uit bergen, bomen, vogels en wild. Langs de onverharde paden die we volgden kwamen we nauwelijks mensen tegen.

Aangekomen in Corniolo bleek dat de daar verwachte camping gesloten was; het was nog niet het seizoen. Na één van de vorige dagen al te hebben wildgekampeerd en omdat het regende en het er niet naar uit zag dat dit weldra zou ophouden, besloten we een herberg aan te doen. In vrijwel ieder gehucht tref je wel een overnachtingsplek aan en zo ook in Corniolo, hotel Pini. We waren de enige gasten. We hadden nog maar net onze verregende spullen op onze kamer uitgelegd of we hoorden meerdere auto's toeterend door het dorp rijden. "Een bruiloft", was onze eerste gedachte. 's Avonds werden we uitgenodigd om mee te gaan naar de naastgelegen bar om daar met taart en een drankje het landskampioenschap van Juventus te vieren. Dat was dus de reden.

Ook bij Verghereto hadden we een camping verwacht. Helaas, we zouden weer een plekje moeten zoeken om in de vrije natuur te kamperen. Even buiten het dorp zagen we rechts van de weg een viertal wilde zwijnen lopen; "OK, die heb je hier dus ook". Ongeveer een kilometer verderop vonden we een leuk beschut plekje langs de rand van een grasveld. Nog maar nauwelijks in de slaapzak hoorden we op korte afstand een vreselijk gekrijs; een wild zwijn. "Het zal ons toch niet weer overkomen net als in Kroatië?". Stil bleven we luisteren, totdat al snel de rest van de roedel zich op afstand met een vergelijkbaar geluid liet horen. Blijkbaar was de krijser zijn vriendjes kwijt. We haalden weer opgelucht adem.

De Marche

Van de Marche herinnerden we ons de dorpen boven op de heuveltoppen. De wegen liepen van dorp naar dorp dus dat betekent veel klimmen en dalen. Dit beeld kwam niet overeen met De Marche tijdens de eerste dagen dat we er nu doorheen fietsten. Dorpen bevonden zich beneden in de dalen en het klimmen was nodig om van het ene naar het andere dal te gaan. Onze herinnering had blijkbaar meer betrekking op het gedeelte van De Marche dat ten oosten van de bergketen ligt.

Aan het eind van een dag kwamen we aan in het plaatsje Piobbico. Een mooi oud plaatsje waar we de laatste aankopen voor het avondeten konden doen en ook het vullen van de waterzak, want het was zeker dat we die dag ook een kampeerplekje in het veld moesten zoeken. Even buiten de plaats zagen toch we een verwijzing naar een camping, maar zonder indicatie van de afstand. Na een pittige klim keken we uit over een dal met alleen bossen en steile bergwanden, een omgeving waarin we geen camping meer verwachtten en die ook geen geschikt wildkampeerplekje op kon leveren. Rechtsomkeert dan maar, afdalen naar het dal. Het was al ver na zessen, dus toen we iets zagen wat wel kampeerbaar leek, kozen we daar meteen voor. Het was een graanveldje en het voelde niet als een goede plek aan, dus we besloten eerst maar te gaan eten en pas daarna de tent op te zetten. In de regen kookten wij ons potje en net toen wij aan het eten waren, zagen wij een auto aan komen rijden. We zaten vol in het zicht. Op afstand hoorden wij de auto stoppen en vervolgens een man praten, waarna de auto weer doorreed. Snel zonder te praten werkten we onze maaltijd naar binnen. We namen zelfs nog even kort tijd voor het afwassen. Rap de spullen weer op de fiets en wegwezen daar. Het was inmiddels na achten en dan treedt in Italië al de schemering in. Met grote snelheid vervolgden wij de grote weg door het dal. Auto's voerden al licht, maar onze fietsen hebben geen verlichting. Het dal werd ruiger en de bergwanden steiler. Na twee kilometer vonden we gelukkig een klein plekje waar we verscholen onze tent op konden zetten. We verdwenen direct de tent in en konden weer opgelucht ademhalen. De volgende dag bleek dat verderop langs de weg er geen andere mogelijke kampeerplek zou zijn.

Na een dag fietsen langs wat grotere plaatsen, waaronder Fabriano, de stad die wordt gedomineerd door de witgoedfabrikant Indesit, kwamen we aan in een klein plaatsje Esanatoglia. Daar moest een camping zijn genaamd Faranghe! In het dorpje zelf troffen we geen verwijzing, dus we vroegen de weg aan een paar mannen. Op "Campeggio" reageerden ze ontkennend, maar toen we "Farranghe" zeiden, wisten ze ons keurig de weg te wijzen. De route leidde ons uit het dorp, eerst pittig klimmen en daarna door landerijen over een onverharde weg. We konden ons niet voorstellen dat we nog een geopende camping zouden tegenkomen. Op de locatie aangekomen troffen we een ogenschijnlijk verlaten woonhuis. "Toch maar even een kijkje nemen" en inderdaad op de deurbel werd gereageerd. Ons "Campeggio. Are you opened?" werd direct beantwoord met "Ja hoor, wij zijn geopend" met een licht Haags accent. Het bleek een nederlandse camping te zijn en wij waren de eerste kampeerders voor dit jaar. Het was een prachtige plek in de heuvels met een mooi uitzicht over het dal waarin Fabriano ligt. We genoten van de gastvrijheid van de eigenaren Mieke en Michel.

Het laatste deel van de route naar Fiastra kenden we al. Twee jaar geleden fietsten we dit stuk aan het eind van de dag nadat we al een lange afstand met vele klimmetjes achter de rug hadden. Toen troffen we bij het meer van Fiastra een schrikbarende drukte van mensen aan. Het was warm, er was veel leven op en rond het water en de campings puilden uit met gasten. We konden bij geen camping terecht en we waren genoodzaakt illegaal aan de rand van het meer te kamperen. Dit jaar naderden we al vroeg op de dag het meer en bruisden nog van energie; later op de dag zouden we ook nog bijna 10 km langs het meer hardlopen. Er was geen beweging op het water en we waren blij dat de camping aan het meer überhaupt al geopend was. We troffen daar een ander stel kampeerders uit Engeland, die met de tandem een tocht maakten van Gubbio, door Italië en Macedonië naar Athene in Griekenland. Wellicht een reistip voor later.

Aan de oostzijde van de bergketen fietsen we langs de flanken van de Monti Sibillini de 'Grande via del parco' volgend door mooie plaatsen als Sarnano, Montefortino en Montemonaco. We treffen een camping aan in Montegallo met uitzicht op de hoogste berg in dat gebied, de Monte Vettore (2476m).

Umbrië

Voordat we in Umbrië aanbelandden, pikten we nog net een puntje van de Abruzzen mee. Eigenlijk hadden we voor dit jaar weer het idee om de Abruzzen te bezoeken, maar net als 2 jaar geleden raakten we er slechts aan. In deze streek zijn wij geïnteresseerd geraakt na het zien van de film The American van Anton Corbijn. Het enige dat we nu hebben gezien is de omgeving rond de besneeuwde Gran Sasso met het meer van Campotosta. Daar fietsten we over de Passo di Capanella, waarna we afdaalden naar het dal van de rivier Aterno. In de saaie plaats Pizzoli probeerde vergeefs een oude, dove, dronken man een praatje met ons aan te gaan. We troffen die lange fietsdag een wildkampeerplek in de buurt van Cagnano Amiterno. Niet een erg ideaal plekje; we waren ver omhoog het veld ingelopen, maar we bleven zichtbaar vanaf de weg. Ineengedoken bereidden we het avondeten, de tent komt later wel. Blijkbaar was de maaltijd wel goed van smaak, want plots kwamen er twee honden aan, die op tien meter van ons vandaan bleven zitten. Wel weer even schrikken; "waar komen zij vandaan? komt er ook een baasje achteraan?". Er kwam niemand. Toen we klaar waren met eten en de geur ervan was verdwenen, gingen de hondjes er ook maar weer vandoor.

De volgende dag waren we vroeg op de camping aan het meer van Piediluco. Het was een warme dag, mooi weer om te gaan hardlopen. Toen we daarmee startten, begon het echter te betrekken. We liepen langs het meer, over de boulevard en door de dorpsstraat, waar we laveerden tussen de badgasten die eieren voor hun geld kozen en vertrokken. Buiten het dorp nog even een heen-en-weertje door de velden en dan weer in omgekeerde richting door het dorp. Het regende inmiddels en de dorpsstraat lag er ondertussen verlaten bij. In de verte hoorden we het donderen. Het werd eten klaarmaken en nuttigen onder een partytent.

De volgende dag daalden we af langs een weg geplakt langs de bergwand met een indrukwekkend ravijn rechts naar een breed dal, waarin Terni ligt. De weg is veel te smal voor het vele verkeer dat er overheen gaat; tegenliggende vrachtwagens weten elkaar met moeite te passeren. De nieuwe weg met vele tunnels is al in de maak.

Zoals we inmiddels in veel grote plaatsen hebben gezien, zorgen ook de inwoners van Terni voor de nodige lichaamsbeweging. Terwijl wij op een bankje in een park onze broodjes eten, komen dezelfde personen meermalen stevig doorstappend bij ons langs. Meestal in tweetallen en gekleed in jogging-pak en op hardloopschoenen lopen ze meerdere rondjes in het park.

Voordat we aankomen bij ons einddoel, het meer van Corbara moeten we nog wel een onverharde afsteek afleggen van Toscolano naar Montecchio. In de kleinste versnelling, bijna stilstaand kruipen we over de dikke keien omhoog en na vier kilometer bereiken we de pashoogte. Met prachtige uitzichten over het lager gelegen land met verscheidene meren, hobbelen we weer naar beneden. De snelheid komt niet vaak boven de 20 uit.

Toscane

De volgende dag beleven we een mooie route die ons in Toscane brengt. We fietsen door een mooi heuvelachtig gebied met idyllische plaatsjes als Castell' Azzara, San Fiora en Arcidosso. De volgende dag echter zijn we er in geslaagd een traject door Toscane uit te stippelen langs een lange weg parallel aan de N223 die continu pittig klimt en daalt, zonder ook maar één dorpje van betekenis aan te doorkruisen. Het werd die dag geen lunch. Niet veel verderop troffen we onverwacht een camping aan in dit campingloze gebied. Helaas was het een echte camping, dus geen restaurant of winkel, waardoor we genoodzaakt waren om maar door te fietsen, want om naast de lunch ook maar geen avondeten te nemen, leek ons geen goed plan. In het plaatsje Monticiano troffen we een mooie herberg. Het was nog vroeg, dus eerst in het dorp nog even de lunch inhalen en 's avonds heerlijk wildzwijn gegeten, hè, hè. Die nacht zou de regen met bakken naar beneden komen en voor veel wateroverlast zorgen. Wij hebben er niets van gemerkt.

In 2002 maakten we ook al een fietsreis door Toscane en als je er voor een tweede keer doorheen trekt moet je een keuze maken voor de plaats die je graag nog weer een keer wilt herbeleven. Na twijfelen over Volterra is het toch San Gimignano geworden. Door het typisch Toscaanse landschap van golfende heuvels met lanen omzoomd door cypressen leidend naar oude boerderijen fietsen we naar de plaats met de hoge torens. Op een afstand van 10km zie je de zuilen al boven het landschap uitsteken. We wandelden in een lijn door de toeristische dorpsstraat, waarbij de aandacht van vele toeristen zich verplaatste van de historische panden naar onze bepakte fietsen. Voor veel mensen blijft het een openbaring dat je ook op deze manier kunt reizen. Na een halfuurtje staan we al op de camping en omdat het zo vroeg is, besluiten we om weer een stuk te gaan rennen. Hiervoor nemen we de weg langs de camping, die volgens de kaart dood zou lopen. Dit bleek ook het geval te zijn, maar we hadden de hoop dat we via een onverhard pad wel weer bij een doorgaande weg zouden kunnen komen. Na een aantal mislukte pogingen troffen we inderdaad een pad, waarlangs een lange afstandswandelroute liep. Dit gladde en sterk dalende pad eiste alle aandacht op om te voorkomen dat de knieën al te zwaar werden belast. We daalden een flink eind enr troffen na enkele kilometers de doorgaande weg. Langs die drukke weg klommen we in de volle zon weer gestaag omhoog met uitzicht op het stadje op de heuvel. Het werd een fraai rondje van bijna 12 km.

We hadden nog een dagje over en Pisa hadden we nog niet eerder aangedaan. Daar zou een scheve toren moeten staan, die bezienswaardig is, dus maakten we een extra lus naar deze plaats. De route ernaartoe is in het begin fraai, maar al zo'n 25km voor de grote stad kom je in een vlak en geïndustrialiseerd gebied terecht. Zelfs de kleine weggetjes op de kaart blijken in werkelijkheid grote wegen met veel verkeer te zijn. In Cascina kiezen we ervoor niet aan de zuidkant van de Arno te blijven fietsen, maar de brug naar de andere zijde van de rivier te nemen. De weg maakt daar veel meer bochten, waarmee tevens het landschap wat afwisselender wordt. We proberen zoveel mogelijk de hoofdweg te vermijden. In Pisa aangekomen kiezen we ervoor om eerst een camping op te zoeken; "het zien van die toren komt later wel.". Doelloos, maar op gevoel rijden we rond. We zien een verwijzing naar een camping, die tot niets leidt. We vragen de weg bij een benzinestation, waaruit blijkt dat we totaal verkeerd zijn gefietst. Later nogmaals vragen; we worden warm! De camping heet Torre Pendente, oftewel de scheve toren. Blijkt deze praktisch naast de toren van Pisa te staan! Dus toch maar eerst die toeristen bewonderen die in de cameralens staren en die met hun handen de lucht lijken te willen wegdrukken. Maar goed, we kunnen nu die toren afvinken van ons lijstje.

De volgende dag vertrekken we met de trein vanuit Livorno terug naar Nederland. Eerst toch nog even in alle rust de bezienswaardigheden in Pisa bekeken, waaronder de fraaie panden langs en de bruggen over de Arno. Na te hebben ontbeten fietsten we op ons gemakje richting het westen langs de Arno. Alles hier stond in het teken van schepen en pleziervaart. We fietsten langs de Boulevard van Marina di Pisa, een sombere vorm van Scheveningen in Italië. De afstand tot Livorno langs de kust is ongeveer 35km en deze fietsen we op ons gemakje. We hadden vernomen dat Livorno wel een leuke havenstad is en we hadden nog alle tijd voor een bezoekje aan het centrum. Al vrij snel begon het echter te regenen en besloten we toch maar naar het station te gaan. Daar aangekomen werden we meteen aangesproken door een man die vroeg of wij mee moesten met de autoslaaptrein. Toen wij dat bevestigden werden we direct verwezen naar een bus. Fietsen en bagage in het laadruim en daar vertrokken we. Toch maar even gevraagd aan andere reizigers waar we naar toe gaan. Bleek dat door wateroverlast een treintunnel was ondergelopen en dat onze trein was gestrand in Alessandria op de Po-vlakte. De busrit werd een tocht over de snelweg met vele tunnels door de bergen in Cinque Terra met fraaie uitzichten. Om acht uur 's avonds vertrok de trein uit Alessandria richting Nederland.

Nederland

We kwamen op 1e pinksterdag aan op het station in Den Bosch. Het was prachtig weer. Helaas duurde het een uur eer de fietsen waren afgeladen van de trein. We hadden ons voorgenomen in 2 dagen naar Haarlem te fietsen dus we hadden die tijd wel nodig. We vertrokken pas om drie uur. We volgden de oeverland route richting het noordwesten, kwamen door het land van Maas en Waal en troffen uiteindelijk in Leerdam een boerencamping aan. Onze vooruitziende blik had ervoor gezorgd dat we in Pisa al boodschappen voor de pinksterzondag hadden gedaan en zo zaten we dan ook in het gras te genieten van onze pasta met pestosaus met verse courgettes.

De volgende dag bij vertrek was het nog droog, maar al na enkele kilometers fietsen kon het regenjack aan. Het is de rest van de dag niet droog geworden. Na een verrassend mooie route langs Utrecht, door het groene hart en langs Aalsmeer en Schiphol kwamen we na 110km in Haarlem aan.

Foto's hebben we ook gemaakt. Deze zijn hier te vinden