Nog nooit gedaan, wadlopen. En iedereen die je erover spreekt is laaiend enthousiast. Dus wilden we dat toch echt ook een keer uitproberen. Niet meteen de makkelijkste tocht, maar meteen de oversteek van Holwerd naar Ameland. We houden wel van een beetje uitdaging.
De verzamelplaats was om 12 uur bij restaurant Land & Zeezicht op de pier van Holwerd. Een drukte van belang toen we daar aankwamen. Bleken we absoluut niet de enigen die de oversteek gingen wagen. Naderhand hoorden we zelfs getallen van honderden deelnemers. Een invasie.
In groepjes van zo'n 30 wandelaars onder begeleiding van enkele gidsen vertrokken we richting het wad. Eerst moesten we door de kwelders (landaanwinningsgebied) en dat was meteen wegzakken tot over de enkels geblazen. Je moest vooral niet te lang stil blijven staan, want dan voelde je de klei zuigen. Sommigen verloren dan ook juist hun evenwicht en gingen onderuit als ze weer op gang moesten komen. Wij hielden het vooralsnog droog.
Verder ging het langs de kustlijn in oostelijke richting. De ondergrond werd na enige tijd wat steviger en zanderiger, maar pas nadat we waren afgebogen naar het noorden. Er kwam meer water te staan op het wad en we waadden tot kniehoogte door het water. En nog altijd waren de spullen droog.
De eerste vaargeulen dienden zich aan. Daar moest de rugzak wel even van de rug en wat hoger gehouden worden, want hier kwam het water totaan de navel. Je kon precies voelen wanneer je op het diepste punt van de vaargeul was gekomen, want dan werd de ondergrond steviger en voelde je allemaal schelpjes onder je schoenen. Met de stroming komt dat op het diepste punt te liggen. Ook dit obstakel wisten we weer aardig droog te trotseren.
Zo'n beetje halverwege moesten we over een aantal mosselbanken heen. Een soort stevige eilandjes van schelpen en schaaldieren in de zee, dus het was voortdurend een beetje omhoog en weer omlaag lopen. Soms zag je een krab zijwaarts wegschieten.
Meer vaargeulen volgden, maar nergens werd het dieper dan navelhoogte. Dus iedere keer ging de rugzak weer even af, zo'n beetje half boven het hoofd en haalden we droog de andere kant. Het laatste uur werd de ondergrond droger en steviger en konden we ook makkelijker doorlopen. Zo bereikten we dan ook 't Oerd op Ameland, wat betekent dat je bij aankomst op het eiland meteen een flinke klim moet maken om die hoge heuvel over te komen om via die weg het strand te bereiken.
Daar stonden verschillende karren klaar om je (tegen betaling) naar Nes te hobbelen. Maar wij liepen liever. Dus ging het verder over het strand en kwamen we tegen half zes aan in de Berkenhof, ons verblijf in Nes.
's Avonds nog lekker gegeten bij Rixt in Nes en de volgende dag eerst een uurtje trainen (jawel, de hardloopspullen zaten gewoon in de rugzak!), om vervolgens een flinke wandeling te maken over het oostelijk deel van het eiland door de polders en duinen. In de avond hadden we rond half acht de boot terug en waren we een prachtige ervaring rijker.