Peter wilde graag eens in Limburg fietsen. Dan is een route voor het jaarlijkse fietstripje met Klaas en Peter snel gemaakt. We reizen af naar Limburg om in Stein te beginnen.

De eerste dag gaat de reis vooral door Zuid-Limburg, langs wat onbekendere routes. Zo komen we door Klimmen en het prachtige landschap van Ransdaal, waar we nog snel de vader van Harm op de camping kunnen groeten. Via Ubachsberg, Eys en de Mariagrot in Holset koersen we op het drielandenpunt van Vaals aan. Na een drankje op het terras fietsen we verder om eind van de dag via een Ravel aan te komen in Kelmis, een plaats in het ooit zelfstandige staatje Moresnet, nu Oost-België. Een oud mijngebied dat wat grauw oogt, maar waar ook het verlengde van het Geuldal loopt.

Dag 2 gaat eerst in de richting van Welkenraedt. We laten Eupen links liggen en Verviers rechts om door een heuvelend gebied verder Wallonië in te komen. In de loop van de middag komen we aan in Theux en zien we zo’n beetje alle inwoners in Middeleeuwse kledij over straat gaan, vanwege een Middeleeuws festijn aan de rand van het stadje. Niet meedoen is hier geen optie, lijkt het. Onze fietskleding detoneert wel een beetje, maar iedereen is even vriendelijk.

Op de 3e fietsdag maken we een hele omweg. Maar dat is totaal geen straf in dit mooie landschap. Het is vaak pittig fietsen, met korte maar steile hellingen. In Esneux is het heerlijk lunchen op het terras in de zon, waarna we een stuk langs de Amblève fietsen totaan de buitenwijken van Luik. De stad zelf slaan we over om naar ons hotel in Battice te komen. Te voet gaat het ’s avonds naar de Chinees aan de rand van de plaats.

De laatste dag gaat weer in de richting van Nederland. Via Mechelen en Gulpen rijden we naar Valkenburg voor de lunch, die we ook weer op een zonovergoten terras kunnen nuttigen. Waarna het laatste stuk naar Stein voor de wielen ligt.