Een jaar of zes geleden hadden we al een route uitgestippeld om naar het Lake District in Engeland te fietsen. Corona gooide toen echter roet in het eten. Of zoals je wilt: zand in de (fiets)raderen. Maar dit jaar kwam het er dan toch nog van.

Samen met Klaas en Peter nemen we de boot van IJmuiden naar Newcastle waar onze tocht weer begint. Als we de boot afkomen liggen er plassen. Het heeft duidelijk geregend, maar nu is het droog. Langs de Tyne fietsen we eerst naar Newcastle en vervolgens verder langs de rivier die steeds smaller wordt en zich vertakt in verschillende stroompjes. De zon schijnt, ook al verdwijnt die soms achter een wolk. Er staat weinig wind, dus het is heerlijk fietsen. Voor de lunch stoppen we bij het Tyne Riverside Cafe voor een soepje. Eind van de middag komen we aan in Haydon Bridge waar we vertoeven in Shaftoes Guest House. Bij aankomst begint het net een beetje te regenen, dus we zijn op tijd binnen. In het naastgelegen Anchor Hotel drinken we een pint en eten we ’s avonds in de secret garden.

In de avond en de nacht blijft het wat regenen, maar wanneer we na het ontbijt op de fiets stappen is het weer droog. Wel krijgen we een loeizwaar traject voor de kiezen: smalle landelijke weggetjes met hellingspercentages van richting de 20%. Ook afdalen is dan geen pretje. De temperatuur is wat lager vandaag, dus tijdens de lunch in Walter’s Café in Alston kunnen we wat opwarmen. Want daarna gaan we de Hartside Pass over, 1904 feet hoog. Een geleidelijke klim met bovenop ineens zicht op de bergen van het Lake District. Wat indrukwekkend! Na de afdaling komen we aan in Langwathby, waar we in de Shephards Inn slapen en eten. Wat ook weer indrukwekkend was: het kaasplankje van Klaas als dessert.

We vertrekken de volgende dag met een strakblauwe lucht. Het weer dat we overigens de rest van de week zouden houden. We komen eerst door Penrith, een wat grotere plaats, voordat we echt richting de meren fietsen. In Dockray lunchen we in het Royal Hotel en komen in de middag al snel langs het Ullswater, een prachtig langgerekt meer, te fietsen. Maar dan moeten we weer de hoogte in. Vanaf Patterdale zien we de weg omhoog slingeren richting de Kirkstone Pass (454 meter) en worden we gewaarschuwd met borden die 20% helling aangeven. Bovenop de pas blijkt de horeca jammer genoeg gesloten. Wel spreken we drie Britse fietsers die de End to End doen met zo’n 130 km per dag. Als je maar weinig dagen tot je beschikking hebt zul je moeten doorfietsen dus. In de avond komen we aan in de Westmorland Inn in Bowness-on-Windermere. We vinden het tijd voor Italiaans dus zoeken een trattoria. Wat geen probleem is, want het aanbod aan restaurants is overweldigend.

Deze fietsdag begint met een pontje over het Windermere, waarna een fraaie fiets-wandeltocht begint langs het meer. Want het eerste stukje is nog mooi asfalt, maar daarna is het vooral een wandelpad waarop gefietst mag worden. Zo komen we zelfs over een strandje. Soms moeten we toch echt even van de fiets, omdat er veel grote keien liggen en het steil omhoog of omlaag gaat. Daarnaast is het zaterdag en druk met wandelaars. We komen langs nog een aantal meren en in Grasmere lunchen we bij Emma’s Dell met een salade, een broodje of een scone. In de middag worden we getrakteerd op nog meer lakeviews en zelfs een stonecirkel à la Stonehenge voordat we in Keswick aankomen. Terwijl Klaas, Harm en Betty die stenen bewonderen fietst Peter door en raken we hem kwijt. Het Royal Oak hotel dat we hadden geboekt bleek echter niet in Keswick zelf te staan, maar in een plaatsje daar even buiten: Braithwaite. Peter heeft het al eerder gevonden dan wij. We vieren de hereniging op het terras met een pint.

De laatste fietsdag rijden we het Lake District uit over mooie kleine weggetjes op de berghelling, tussen hoge varens door. Soms is het nog even klimmen, maar als een zeventiger op een vouwfietsje zonder versnellingen dat kan, kunnen wij het ook. Voor de lunch doen we de Mill Inn in Mungrisdale aan, waar we op het terras een soep eten. In de middag komen we door lege, golvende landschappen die een beetje doen denken aan Ierland. Vanaf daar gaat het richting Carlisle, eindpunt van onze fiets-5-daagse. Tot op de laatste kilometer worden we over fraaie fietspaadjes langs bedrijventerreinen geloodst. Carlisle oogt wat grimmig, maar in de Arkale Lodge vinden we een gastvrije hoteleigenaar. Het diner nuttigen we in de Last Zebra, met een prachtige, moderne bar. Even geen Engelse keuken, maar meer fusion.

We nemen afscheid van Carlisle en de Lake District en nemen in de ochtend de trein naar Newcastle. Eerst Klaas en Peter, want de trein heeft maar capaciteit voor 2 fietsen. Harm en Betty nemen daarom de volgende trein. Bij aankomst in Newcastle zit er maar een kwartier verschil tussen de twee treinen. Met nog steeds prachtig weer nemen we eerst plaats in een paar strandstoelen van de Quaiside Garden langs de Tyne om wat te drinken. We rijden nog even over de Gateshead Millennium Bridge en daarna gaat het - traditiegetrouw bijna - naar de Cycle Hub, net voor we Newcastle verlaten. Daar eten we nog een sandwich voor we richting de boot vertrekken. Aan boord kunnen we terugkijken op een fantastische week fietsen.

Naar de foto's...