Altijd was ik al nieuwsgierig naar Denemarken. Maar de reactie was dan steevast: “Nee, Denemarken is te saai om te fietsen”. En kwam het er niet van. Totdat ik hoorde over Funen, wat algemeen wordt getypeerd als hét fiets- en wandeleiland van Denemarken. Dan moet dat dus de bestemming zijn.
We laten het busje achter in Middelfart om te beginnen aan de Herregårdsruten, oftewel de Herenhuizenroute. Die route loopt rond Funen en komt langs ruim 100 kastelen en landhuizen op het eiland. We fietsen met de klok mee en houden het water aan de linkerhand. De zon schijnt uitbundig en de temperatuur laat een korte fietsbroek en fietsshirt met korte mouwen toe. Wie had dat gedacht in Denemarken eind september. Het eindpunt van de eerste dag ligt in Bogense. Een klein vissersplaatsje met de oudste windmolen van Denemarken, inmiddels zonder wieken dus niet meer in werking.
De tweede dag gaat wat meer het binnenland in. Het heuvelt lichtjes, de akkers zijn kaal. Maar saai is het zeker niet. Het coulissenlandschap zorgt ervoor dat er altijd iets te zien is. De wind is stevig en de laatste 10 kilometer naar Odense gaan recht tegen de wind in. Odense is de op twee na grootste stad van Denemarken met een leuk centrum van kleine straatjes, huisjes en een mooi park rond het Hans Christian Andersen museum.
Na Odense blijven we grofweg de kust volgen in de uitloper van het eiland aan de noord-oost kant. Met zicht op zee en de Great Belt-brug tussen Funen en Sjaelland. En we komen tot de conclusie dat we, met de boot op weg naar Oslo vanuit Kiel in 2017, onder deze brug zijn doorgekomen en niet onder dé Bridge (de Sontbrug), zoals we toen dachten. We koersen aan op Nyborg en daar aangekomen kijken we hoe we bij onze bed and breakfast kunnen komen. Blijkt dat we zeker nog 8 km terug moeten, omdat de accommodatie een stuk buiten de plaats ligt. Het is een prachtige oude boerderij in de middle of nowhere. Om ook nog wat te kunnen eten moeten we in de avond weer de fiets op voor een pizzeria een kilometer of 2 terug.
Dag 4 gaat in eerste instantie weer richting Nyborg waar we de route oppikken. Het waait nog steeds flink, maar we krijgen die steeds meer in de rug. Zo fietsen we naar Svendborg, een vissersplaatsje met grote hoogteverschillen. Ons hostel heet niet voor niets Belvedere, want we zitten zo hoog dat we richting zee en de eilandengroep voor de kust, waaronder Aero, kunnen kijken.
Op de vijfde dag laten we Svendborg achter ons om naar Faaborg te fietsen. Strakblauwe luchten en zicht op mooie kusten en een blauwe zee maken het prettig reizen. In Faaborg komen we in een soort jeugdherberg waar we de enige gasten lijken te zijn. In de haven is het uit de wind en in de zon heerlijk zitten. Maar de ijsjes laten we toch aan ons voorbij gaan, hoewel je in Denemarken op iedere straathoek een ijssalon vindt.
De zesde fietsdag gaat wat meer door het binnenland, langs akkers en door bosjes, licht heuvelend. Pas net voor Assens komen we weer bij de kust. Het is er even zoeken naar de accommodatie, een AirBnB appartement. We staan al op de stoep van een huis waarvan we denken dat we daar moeten zijn, maar komen er dan achter dat het adres niet klopt. De bewoners die net thuis aankomen kijken er niet eens gek van op dat wij daar staan.
Op de laatste dag fietsen we eerst weer een flink stuk het binnenland in voordat we weer terug naar de kust rijden. Als we al bij Middelfart terug zijn krijgen we nog een extra toetje met een rondrit door het natuurpark Hindsgavl Dyrehave. Een groep damherten steekt voor ons de weg over. En zo komen we weer terug bij ons busje, waar goed over gewaakt is merken we. Als we komen aanrijden zit de buurman voor zijn bejaardenwoning op een stoel in de zon.