Op fietse naar Münster

Zo dichtbij en toch nog nooit geweest. Münster, eigenlijk niet eens zover van de grens bij Enschede, is een stad die zeker het bezoeken waard is, hoorden we van anderen. Dus op naar Münster.

Maar dan wel op de fiets. Op vrijdagochtend lieten we ons busje achter in het dorpje Alstätte, net voorbij Enschede, om vanaf daar richting het oosten te fietsen. Langs mooie landweggetjes en boerenbedrijvigheid toonde het landschap zich aanvankelijk nog vlak, maar al wel typisch Duits. In de loop van de dag begon het steeds meer te heuvelen en wisten we ons helemaal in het buitenland. Hoewel niet erg steil en ook niet langdurig in de klim, was het toch wel noodzakelijk om aardig terug te schakelen. Dat Münster geen enorme metropool is merkten we toen we nog zo’n 3 km te gaan hadden tot ons hotel (ergens bij het centrum), maar we nog steeds in het groen fietsten. Ineens waren we dan ook in de stad en bij ons hotel Europa.

Meteen gingen we de stad verkennen. Een fraai centrum dat na bombardementen in de Tweede Wereldoorlog weer is opgebouwd. Mooie panden, winkelstraten en kerken zoals de St. Lambertikerk en de bisschoppelijke St. Paulusdom. In restaurant Toddenhoek vonden we een echt Duits etablissement.

De zaterdagochtend was voor het traditionele hardlooprondje. Rondom de stadskern loopt een wandel- en fietspad, de Promenade, op de resten van de oude stadswallen. Precies een rondje van 5 km, dus dat leende zich uitstekend voor een mooi loopje vanuit het hotel naar de Promenade, helemaal rond, en weer terug naar het hotel. De rest van de dag was het een struinen door de stad, kerken bezoeken, bijzondere gebouwen zoals dat van de Stadsbücherei en het kunstencentrum bewonderen en hier en daar wat eten of drinken. In de avond vonden we buiten de ring van de Promenade restaurant Wolters, om in een gezellige, familiaire sfeer te eten.

Zondagochtend vertrokken we via de Promenade weer de stad uit om via een andere route dan vrijdag terug te fietsen naar Alstätte.