Zoeken
Over ons
Naast met plezier werken besteden we onze tijd aan fiets-, wandel- en hardloopreizen.
Zo’n bestemming die al heel lang op het verlanglijstje stond: Ierland. Maar waar je ook altijd gruwelverhalen over hoort als het gaat om het weer. Of liever gezegd: de regen. Maar we namen het ruim deze zomer, maar liefst 5 weken fietsen door het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Dan zal er toch altijd wel een keertje een mooie dag tussen zitten?
De aanrijroute naar Ierland voerde ons door Engeland, langs restanten van de Hadrian Wall. Op een boerencamping troffen we meerdere wandelaars die het traject te voet aflegden. Eén man samen met zijn hond die blijkbaar een mindere conditie had dan zijn baasje. Want de man kwam met de hond op zijn nek aanwandelen. En dat naast een zware rugzak!
Net voor Annan, Schotland, stuitten we op een lange stoet van ruiters te paard, in vol ornaat, die in het centrum van Annan werden onthaald door een menigte mensen. Wij waren er net iets eerder, maar kregen geen applaus voor onze stalen rossen. Wel werden we met open armen ontvangen op een camping waar een zangeres de vaste kampeerders toezong op het terras. Stoelen werden voor ons bijgeschoven en we hoefden niet te betalen voor de overnachting.
Via het Galloway National Park en de prachtige camping Balloch o Dee bij Kirkcowan met uitbundig gedecoreerde sanitairgebouwen (waar we een hernieuwde kennismaking met de midges kregen) kwamen we aan in Stranraer, waar we de boot naar Belfast namen.
In Belfast troffen we een prettige stad met mooie gebouwen. Onze fietsen vonden in de hotelkamer een veilig plekje. En het was prachtig weer. Tot we de volgende ochtend verder gingen fietsen. Voor het eerst in een week moest de regenjas aan. En die bleef ook aan voor twee hele dagen. In de bar van het hotel waar de camping bijhoorde werden we aangesproken door een Spaanse fietsreiziger (z’n eerste) die al jaren in Dublin woonde en van ons tips wilde om toch vooral gemotiveerd te blijven op de fiets in dit weer. Hij zat er nogal doorheen. Vond het fietsen zwaar en het weer kwam daar nog eens bovenop. Ben benieuwd of er voor hem nog een tweede keer komt.
De volgende dag was het weer droog en prima fietsweer. In Enniskillen waren we getuige van de oranjemarsen op 12 juli, voordat we de grens met Ierland overstaken. En ineens was het heel anders. Relaxter. Kilometers in plaats van mijlen. Euro’s in plaats van ponden. Via de indrukwekkende Dartry Mountains kwamen we aan de Atlantische kust.
In Sligo, waar we met een beetje bedelen nog een plekje (in hun ogen dan, voor ons was het een enorm ruime plek) op de camping kregen, werden we buiten de Lidl waar we boodschappen hadden gedaan opgewacht door een man. Hij had onze fietsen zien staan en bood ons een kampeerplekje in zijn tuin aan als we in Dublin zouden aankomen. Hoe tof is dat?
Door de Ox Mountains en het Wild Nephin National Park met z’n vele rododendrons komen we over de Sheeffry Pass. In het veld zien we steeds meer turf te drogen staan. Trekkertjes met karren vol turf rijden ons voorbij en bij huizen zien we vaak een hele stapel liggen. Het lijkt erop dat turf hier nog als brandstof wordt gebruikt. Met prachtig weer komen we aan op de Connemara camping aan de Atlantische Oceaan. Onze tent staat pole position voor de zonsondergang die fenomenaal is.
Het Connemara National Park is adembenemend mooi. Wijdse uitzichten, kleine lange weggetjes die slingerend door het landschap gaan. Schapen en allemaal kleine meertjes en poelen. In de verte zien we wel dreigende luchten, maar die houden we achter ons. We doen Galway aan, maar gaan al snel weer door om de toeristische drukte te ontlopen.
Na Kinvarra komen we door de Burren, een enorme steenvlakte die we met een paar haarspeldbochten achter ons laten.
In Lisdoonvarna spreken we drie mannen, broers uit Bournemouth, die op reis zijn in het vaderland van hun ouders. We spreken onze verbazing uit over het grote aantal Franse toeristen in dit deel van Ierland. Die verbazing delen ze, want Fransen willen nooit op vakantie naar Engeland. Ze zeggen: “The weather is bad, the roads are bad, the food is bad. And they’re right!”.
Via Doolin en een stevige klim richting de Cliffs of Moher fietsen we naar het zuiden. We nemen een veer over de Shannon en via Tralee komen we in Kerry.
We fietsen door de Slieve Mish Mountains en lunchen in de Climbers Inn, waar we op tv de voorbeschouwing zien van de hurling-finale Cork vs Clare. Later horen we dat Clare won. Wij fietsen verder over de Ballaghbeama Gap en door de Highlands of Kerry. Het is er nattig, winderig en nevelig, waardoor we helaas weinig uitzicht hebben op de omgeving.
In Beara komen we over de Healy Pass en door de Caha Mountains. We worden aangemoedigd door toeristen in drie auto’s die dezelfde weg afleggen en zeggen diep onder de indruk te zijn van onze fietsprestaties. In de afdaling krijgen we wat rare bochten die de snelheid eruit halen.
We doen Cork aan, maar dat is een wat rommelige, niet echt uitnodigende, stad. Op naar Dublin dus. Maar daarvoor komen we eerst nog door de Wicklow Mountains en over de Sally Pass. Wat een landschap. Eindeloos lijkt het hoogveen te golven over de heuvels met hier en daar wat schapen. En steeds als ik dacht: “Daar is de pas en gaan we over de heuvel”, bleek het toch nog verder te kunnen golven. Omdat de geplande camping vol was zien we ons genoodzaakt er een wildkampeerplek te vinden. Tussen de hoge varens (maar met nog wel wat midges) in het zachte namiddaglicht staat de tent uit het zicht.
Dublin is een levendige stad met mooie historische gebouwen en veel muziek. Waar je maar loopt hoor je muziek uit deuren en ramen komen. En uiteraard bezoeken we ook even Windmill Lane, waar de herinnering aan de studio’s levend wordt gehouden aan de muren en in het plaveisel.
Na de boot naar Holyhead houden we de bergen van Snowdonia aan onze rechterhand en fietsen we zo’n beetje langs de kust richting Liverpool via bijzondere constructies voor fietsers over en langs de snelweg en de kust. Het is al een paar dagen zo heet dat we voor de lunch een goede schaduwplek zoeken en die denken te vinden bij een huis. Maar dat doet wel het alarm afgaan door de beveiligingscamera’s en de zus van de bewoner op ons wordt afgestuurd om poolshoogte te nemen. Na onze uitleg gaat de reis weer verder.
Net voor Liverpool moeten we met een ferry de Mersey oversteken. Waar kennen we dat toch van? En hoewel we in Liverpool meteen noordwaarts vertrekken beloven de mooie gebouwen die we zien staan een interessante stad. Iets voor later.
Op weg naar Hull moeten we behoorlijk klimmen en dalen in the Valley. Bij Hebden Bridge fietsen we de stad uit via een steile straat. Een wandelaar die mij ziet ploeteren zegt: “Rather you than me”. De laatste dagen totaan Hull volgen we de Trans Pennine Trail, die ons door Howden voert waar we prachtige orgelmuziek uit de kerk horen komen. De organist bleek aan het oefenen.
De indrukwekkende Humber Bridge is ons baken op weg naar de stad, die nog de sporen laat zien van de hevige onlusten die er de dagen ervoor waren (en in de rest van Engeland), zoals kapotte winkelruiten.
Na de boottocht naar Europoort is het nog één dag fietsen naar huis. Via het Hoekse Veer en een tocht door de Maasvlakte komen we aan in Hoek van Holland waarvandaan we de LF1 kunnen oppakken. Het voelt als een stranddagje, want de zon schijnt uitbundig en de temperatuur is zomers.
Van de vijf weken fietsen hebben we uiteindelijk op slechts vijf dagen de regenjas nodig gehad. En zelfs met deze fantastische score hoorden we geregeld mensen zich verontschuldigen voor het weer in Ierland en Groot-Brittannië: “Sorry ‘bout the weather”. Oh, don’t bother.
Naar de foto's .....