Zoeken
Over ons
Naast met plezier werken besteden we onze tijd aan fiets-, wandel- en hardloopreizen.
Een rechtstreekse veerdienst van Groningen naar Noorwegen. Makkelijker kunnen ze het toch niet maken. De vraag waar de fietsreis deze zomer naartoe moest gaan was dan ook heel snel beantwoord.
De overtocht werd een enigszins ‘bumpy ride’ door een stormachtige wind. Gelukkig hadden we een hut in het midden van de boot, waardoor de deining voor ons nog wel meeviel. Maar bij het binnenvaren van de haven in Kristiansand hoorden we toch andere reizigers die groen en geel over de reling hadden gehangen. Het was in ieder geval prachtig weer bij aankomst. Een Nederlandse fietsreiziger die net was teruggekeerd van de Noordkaap verzekerde ons dat het echt niet altijd zulk mooi weer is in Noorwegen. Maar dat wisten we al, sinds onze vorige fietsreis in 2017.
In de middag namen we de trein naar Kongsberg. Bekend terrein, want in 2017 vonden we daar onze eerste camping na vertrek uit Oslo. Die camping vonden we weer (bijna) blindelings, voordat we de volgende dag richting het noorden zouden vertrekken. We fietsen via Hønefoss en Dokka richting Lillehammer, langs fjorden en vele akkers met graan en erwten. Regelmatig moeten we een bergrug over, maar dat geeft ook mooie afdalingen. Schapen en koeien op de weg zorgen ervoor dat het niet te hard gaat heuvelaf. De camping in Lillehammer heeft meer weg van een camperparkeerplaats, want de tentjes zijn op één hand te tellen.
Aan het landschap en de temperaturen merken we dat we steeds noordelijker komen. Bij Skei zien we de eerste skiliften. Even later rijden we de Peer Gynt-vegen op: een onverharde weg door ruig rotsachtig gebied met meertjes, veel heide en hier en daar huisjes met grasdaken. De weg hobbelt wat op en neer en we komen tot ongeveer 1150 meter. Voordat we aan een flinke afdaling beginnen eten we nog een soep in Gålå voor een prijs waar we thuis 3 kommen soep voor eten. De volgende dag, op weg naar Dovre, komen we langs nog meer ski-oorden. In Dovre is het dan ook best koud, ondanks het mooie en zonnige weer. Als we daar in de ochtend vertrekken zijn de sokken, lange tights en handschoenen geen overbodige luxe.
De route voert ons over de Grimsdalsvegen: een prachtige onverharde weg, in het begin flink klimmen, door een kaal, weids landschap, langs een snelstromende rivier met zicht op besneeuwde toppen in de verte. Een overweldigend mooie route. Later in de middag begint het te regenen en lijkt het niet meer op te houden, dus stoppen we bij een motel. Maar de volgende dag schijnt de zon weer en in twee dagen fietsen we naar Røros, een oud mijnstadje dat Unesco Werelderfgoed is. Het weer is prachtig, maar als de zon even achter een wolkje verdwijnt blijkt meteen hoe noordelijk we inmiddels zijn en dat we de stralingskracht van de zon nodig hebben voor een aangename temperatuur. Vanaf hier gaat het nog een heel klein stukje noordelijker, totaan Brekken. Maar daarna buigen we af naar het zuidoosten, richting Zweden. De plaats van de laatste camping, net voor de grens, bij Vauldalen is een verlaten oord. Lege gebouwen uit de tijd dat een grens nog een echte grens was. Nu staat er nog slechts een bord.
Hoewel we al een week lang borden langs de weg zagen die waarschuwden voor overstekende elanden en rendieren, hadden we er nog geen gezien. Maar we waren de grens met Zweden nog amper over of de eerste dienden zich aan. En toen was er ook geen houden meer aan. De hele dag moesten we uitkijken om niet vol in de remmen te gaan vanwege rendieren die plotseling vanuit de berm de weg opstapten. Gelukkig was er voldoende ruimte, want druk is het in dit gebied niet. We komen langs verschillende ski-dorpen met zelfs af en toe nog een winkeltje, maar verder is het behoorlijk leeg. Bossen, heide, rotsige bodem en elanden. Dat vat het wel zo’n beetje samen. Eind van de middag vinden we een mooie plek met picknickbank om te kamperen. De volgende dag komen we door Särna waar we in een pizzeria lunchen. Precies op dat moment passeert er ook een bui, dus na de lunch kunnen we weer droog door. ’s Avonds staan we in een dorpje op een kampeerplek met sanitair dat door vrijwilligers wordt onderhouden. Luxe wildkamperen dus. De dag daarna fietsen we via Sälen naar Malung en komen we onderweg langs de startplaats van de Vasaloppet.
Na een paar dagen wildkamperen is het lekker om weer op een camping te staan. Zeker, omdat deze camping een sauna heeft bij de douches. Als herboren fietsen we de volgende dag langs een prachtige route naar Ekshärad. Zo’n 70 km fietsen we over gravel en verhard zand, langs meren en door bossen. En voor de lunchplek vinden we een groot grasveld met volleybalveld en supporterstribune bij een verzameling huizen. De dagen erna blijft het prachtig weer, ook al is het in de ochtend vaak mistig. Zodra die is opgetrokken wordt het weer stralend blauw en zingen de krekels in de berm. Via Filipstad komen we bij het Skagern, een groter meer. Een camping blijkt er niet te zijn, maar het is een mooi buitenverblijf voor een grote groep Duitse jongeren. Doordat één van hen positief getest is op corona mogen wij geen gebruik maken van het sanitair. We zetten onze tent op een afstandje van het buitenverblijf, bij een strandje aan het Skagern waar we kunnen koken en een prachtige zonsondergang beleven.
De volgende dag steken we het Göta-kanaal over en om een drukkere weg te vermijden fietsen we vooral onverhard. Op een gegeven moment mondt het gravelpad zelfs uit in een single track, eigenlijk niet meer dan een wandelpaadje tussen hoge struiken en lage takken met bladeren door. Maar ook zo’n paadje komt uiteindelijk weer uit bij een weg of boerderij. We komen langs grote graanvelden en de boeren zijn druk met dorsen. Zo komen we in Mariestad. Vandaar volgen we een bewegwijzerde fietsroute naar Lidköping. Door bossen, langs rustige landweggetjes, over onverharde paden en langs een oude steengroeve. Daar moeten we flink klimmen, maar hebben we een prachtig uitzicht op het Vänern, het grootste binnenmeer van Zweden. Na Lidköping, een mooie plaats, kamperen we aan de rand van een natuurgebiedje. Als we na het eten nog even een wandelingetje maken door dit natuurgebied staan we ineens oog in oog met een das. De volgende dag rijden we door richting Vänersborg. Onderweg zien we veel oude Amerikaanse auto’s uit de jaren 60. In een perfecte staat opgeknapt, inclusief zware geluidsinstallatie en glimmend van het poetsen. Zo in het weekend met mooi weer gaat blijkbaar iedere Zweed met een oude Amerikaan cruisen. Eind van de middag komen we aan op een camping in Lane-Ryr. De beheerder van de camping kan pas de volgende ochtend langskomen om het stageld te innen, omdat ze een bruiloftsfeest hebben. Dat kunnen we goed horen vanaf de camping. Er speelt een goede band. Aan de andere kant van de camping is er een groot terrein voor voetbal-golf. Groepen mensen komen met een geluidsinstallatie en koelbox met drinken om een potje te voetbal-golven. Blijkbaar is het erg vermakelijk.
De laatste fietsdag in Zweden gaat in de richting van Strømstad, waarbij we grotendeels laveren rondom een drukke weg. Maar alternatieven zijn er niet. Alleen het laatste stuk, naar de haven toe, is weer wat rustiger. Daar worden we door meerdere fietsreizigers ingehaald die hun boot willen halen. Wij kunnen het rustig aan doen, maar zijn zelfs dan nog zo vroeg dat we een boot eerder hebben dan gepland.
Zweden laten we achter ons en in 2,5 uur varen zijn we terug in Noorwegen, in Sandefjord. Op de camping daar is het warm, maar vroeg in de avond komt dan toch het onweer dat ons al een paar dagen voorspeld was. Gelukkig valt het mee. De laatste dagen volgen we de zuidkust van Noorwegen, via Larvik, Brevik en Tvedestrand. Het is pittig fietsen, voortdurend steile klimmetjes en korte afdalingen. Grote, hoge bruggen brengen ons vaak over het fjord, maar soms ook moeten we eromheen fietsen als de boot niet meer vaart. Campings zijn er in overvloed, meestal aan het water. De kust is rotsachtig en tegelijk lieflijk, want vaak is het meer een baai. Overal huisjes, bootjes en haventjes. In Arendal blijkt het feestweek. Er liggen grote tallships in de haven, terrassen zitten vol, in tenten is vanalles te doen en zelfs alle politieke partijen zijn vertegenwoordigd met een stand, want binnenkort zijn er parlementaire verkiezingen.
Het laatste stuk naar Kristiansand moeten we nog een bergrug over. Ineens zitten we weer in bergachtig gebied, terwijl de kust nieteens zo ver weg is. Het is van korte duur. Als we weer afdalen komen we in Birkendal, waar een festival met oldtimers aan de gang is. Een drukte van jewelste. En zo komen we weer terug in Kristiansand. Na een laatste nacht op een rommelige camping en we ’s ochtends in een plas regen blijken te staan met de tent doen we nog een korte sightseeing van de stad voordat we de boot op gaan. Zo zwaaien we Noorwegen (en Zweden) uit.
Naar de foto's .....