Heuveltraining in de Ardennen

In de zomervakantie vertrekken we weer richting de bergen. Om enigszins voorbereid te zijn en het gevoel van het klimmen in de benen te krijgen, zouden enkele dagen heuveltjes-op-en-af-fietsen niet verkeerd zijn. De afgelopen twee lange weekenden besteedden we aan twee tochten in de Ardennen, in België en Luxemburg.

Het hemelsvaartweekende van 2010 staat te boek als een opvallend koude editie. Met druilerig weer en een temperatuur van 8 graden vertrokken we uit Visé ten zuiden van Maastricht richting Hervé. Glooiende heuvels afgewisseld door bossen, beekjes en idyllische dorpjes maken onderdeel uit van het landschap. De hele dag blijft het miezeren en is het koud; met gevoelloze voeten op de pedalen. Via Pepinster en Stoumont fietsen we naar Lierneux. Hier kamperen we bij het plaatsje Odrimont. Naast een aantal vaste kampeerders zijn wij de enige bewoners van het terrein. In de kou koken wij ons potje en verheugen ons op de warmte van de slaapzak. Al rond acht uur liggen we plat.

De volgende dag werden we wakker met nog immer gevoelloze voeten .... tjonge. We vervolgen onze fietstocht richting de grens met Luxemburg. Hier fietsen we via Troisvierges en Clervaux door een prachtig dal naar Enscherange en Wilwerwiltz. Het dal is ook ontdekt door vele groepen motoren, die met gierend lawaai, hangend de bochten proberen aan te snijden. In de buurt van Bourscheid klimmen we omhoog en ontvluchten het gerace. Op hoogte peddelen we verder richting Ettelbrück, alwaar we een camping zoeken en vinden.

De derde dag vervolgen we onze tocht en maken een ruime bocht via Nommern en kleine weggetjes naar Wallendorf. Hier fietsen we net over de grens in Duitsland naar het noorden en doen we Vianden aan. Na enkele foto's genomen te hebben van het slot, vervolgen we onze tocht met een pittige klim Vianden uit, maar weldra na een afdeling volgen we alweer de rivier naar het noorden. Na Übereischenbach steken we de rivier over en vervolgen we onze route over Duits grondgebied. Bij het plaatsje Burg Reuland net over de grens in België hoopten we een camping aan te treffen. Toen we deze niet snel genoeg konden vinden, besloten we maar om door te fietsen, hoewel het toch wel al redelijk laat was, we bijna 100 km hadden gefietst en we geen idee hadden waar we een volgende camping zouden aantreffen. Gelukkig bood deze zich al aan na ongeveer 10 km langs de N62 in de buurt van Grüfflingen. Altijd weer een prettig gevoel, die overgang van onzekerheid naar zekerheid.

De vierde dag was het prachtig weer en konden we eindelijk zonder windjack fietsen. Bij St. Vith ontdekten we een fietstraject van ruim 20 km over een voormalige spoorbaan, die ons op een gemakkelijke manier in Waimes bracht. Het schijnt dat in België meer van dit soort fietstrajecten, zogenaamde Ravel-routes, zijn aangelegd over oude spoorwegen en langs trekvaarten; een optie voor een volgende fietsvakantie. De tocht vervolgde zich in een glooiiend landschap dat aan de Eiffel deed denken. Tot onze verbazing passeerden we op een gegeven moment een hoogte-aanduiding die ons meldde dat we ons op 695m bevonden. Bleek het hoogste punt van België te zijn, hetgeen je niet zou vermoeden in zo'n relatief vlak landschap. Na een lange afdaling peddelen we rustig via het land van Hervé terug naar Visé.

Een week later reizen we alweer af richting Belgie. Ditmaal vertrekken we vanuit Vezin in de buurt van Namen voor een fietstocht van 3 dagen, waarin we hopen zo'n 300km te kunnen afleggen. Het weer is in tegenstelling tot het vorige weekend prachtig; lekker zonnig en warm, dus het korte tenue kan aan. Via Dinant fietsen we naar Celles naar het zuiden door het glooiende Belgische land. Ten zuiden van Celles komen we door rustige dorpjes als Houyet, Hour en Focant. Na Revogne raken we enigszins het spoor bijster en komen we op onverharde paden terecht, die toch echt niet in onze routebeschrijving waren opgenomen. Terwijl we op goed geluk onze weg richting Fays-Famenne zochten, begon Betty's fiets kuren te vertonen. De achterderailleur begon uit zichzelf te schakelen. Bleek dat er een schakeltje van de ketting was gebroken. En nu? Gelukkig troffen we al na ongeveer een kilometer een aantal huizen, alwaar een vriendelijke meneer ons aan gereedschap hielp. Een kettingpons was uiteraard teveel gevraagd, maar een waterpomptang zou het euvel toch wel kortdurend moeten kunnen verhelpen. Als we nog maar de camping zo'n 13 km verderop konden bereiken. Rustig fietsend haalden we inderdaad Gedinne met ongeveer 95 km op de teller.

De volgende dag wijzigden we ons plan en fietsten richting het noorden om zo in twee korte dagetappes terug te fietsen naar de auto; de kans om op 1e en 2e pinksterdag een fietsenmaker aan te treffen achtten wij bijzonder klein. Via prachtige weggetjes fietsen we door een zeer uitgestrekt bosgebied in de omgeving van Sart-Coustinne, Vencimont en Bourseigne. De route steeg licht richting Felenne. Vlak voor dit dorp begaf de ketting het opnieuw en waren we gedwongen de rest te lopen, maar gelukkig bevonden we ons nog geen twee kilometer van het hoogste punt voor die dag. Boven gekomen weer op de fiets geklommen om vervolgens af te dalen tot bij Givet. Daar moesten we nog een paar kilometer nagenoeg vlak naar het noorden langs de Maas. Zo haalden we toch nog de geplande camping in Heer.

Maandags ben ik in mijn eentje voornamelijk langs de Maas teruggefietst naar Vezin om de auto op te halen, terwijl Betty genoot van het mooie weer en de omgeving van Heer tijdens een lange wandeling. Al vroeg in de middag konden we Heer verlaten en huiswaarts keren. De foto's van beide weekenden hebben we hier gepubliceerd.