Alpenreis 2010

Na twee jaren in de Pyreneeen te hebben gefietst, wordt het tijd voor iets anders. Dit jaar fietsen we vanuit de omgeving Annecy in Frankrijk, door Zwitserland en een stukje Oostenrijk naar Bolzano in Noord-Italie.

Frankrijk

De busreis vanuit Nederland bracht ons naar het dorpje Thorens-Glières in de Franse Alpen. Eigenlijk hadden we willen uitstappen aan het meer van Annecy, maar toen bleek dat het verhelpen van een defect aan de fietsaanhanger geruime tijd zou duren, zijn we maar eerder uitgestapt. Scheelde ons 20 km fietsen; juiste instelling op de eerste dag van een fietsreis! Vanuit Thorens begon direct het klimwerk naar de Col de Glières op 1440m. Gelukkig hadden we in het voorjaar al wat gefietst in de heuvelen, zodat we met de juiste inspanning ons langzaam naar boven werkten. Zonder al teveel moeite bereikten we het Plateau van Glières, een hooggelegen alpenweide met boerderijen, loslopend vee en veel wandelaars. Aan het eind van het plateau volgt een bizar steile afdaling met haarspeldbochten die direct opelkaar aansluiten. Al na een paar kilometer moeten we stoppen vanwege een lekke achterband, veroorzaakt door een oververhitte velg. Na het vervangen van de band vervolgen we onze route richting St Jean-de-Sixt over de D12 langs een riviertje door een dal met veel bossen. Na St Jean klimmen we nog 3 km naar het ski-oord La Clusaz voor onze eerste camping. Na het afzien de eerste dag vorig jaar in de Alpen hebben we ons ditmaal voorgenomen rustig aan te beginnen met slechts 1 col en 38 kilometer.

De volgende dag na het eten van droog brood (in het ski-oord was geen enkele winkel geopend, behalve de boulangerie) begonnen we direct met de klim naar de Col des Aravis. Gestaag klommen we door een open landschap en bereikten we na ruim 7 kilometer over een bochtige weg de col die op 1486m ligt. In de afdaling kwamen we door het dorpje La Giettaz, dat volledig in het teken stond van de Tour de France. In elke lantarenpaal hing een gele, groene of 'bolletjes' racefiets. Via het smalle dal van de Arve fietsen we naar Chamonix en Argentière aan de voet van het Mont-Blanc-massief.

Het laatste colletje in Frankrijk zal Col des Montets (1461m) zijn, waarna we een verlaten grensovergang met Zwitserland bereiken.

Zwitserland

Direct over de grens begint het klimwerk naar de volgende col. Via een fraaie weg fiets je met een grote boog naar de Col de la Forclaz. Deze omgeving is nog Franstalig; het kanton Valais. Tijdens de afdaling fraaie uitzichten in het vlakke Rhonedal, dat er als een landingsbaan bijligt. Beneden aangekomen wacht ons een dag redelijk vlak fietsen over fietspaden en landbouwweggetjes langs de Rhone. Na ongeveer 40 km moeten we weer wat heuveltjes nemen in een gebied met vooral wijnbouw en dorpjes tegen de berghellingen. Na Leuk vervolgen we de route langs de Rhone. Tot aan Brig was het redelijk vlak, maar daarna begon de weg behoorlijk te klimmen in een gebied met een aaneenschakeling van dorpjes met oude en nieuwe houten huizen. In Ritzingen vonden we een camping langs de Rhone, die aldaar geslonken was tot een kleine beek, die veel herrie maakte. 's Avonds werden we aangesproken en vervolgens geïnterviewd door een dame van de plaatselijke krant, de Rhonezeitung; een artikel over de verschillende typen kampeerders in hun streek Goms.

Tot aan Oberwald bleef het redelijk gemakkelijk fietsen; we volgen de Rhone en de spoorbaan, die in Zwitserland tot grote hoogten komt. Na Oberwald moeten we flink in de pedalen en rijden we via een haarspeldbochtenweg omhoog naar het enigszins desolate Gletsch. Hier fraaie uitzichten op de weg naar de Grimsel- en de Furkapas en op de Rhonegletscher. Slingerend en genietend van het uitzicht op het kale landschap om ons heen bereiken we de Furkapas (2431m). Na een steile en smalle afdaling komen we in een brede hoogvlakte, waar vele koeien ons tracteren op een oorverdovend bellenconcert. Uiteindelijk komen we aan in Andermatt, een weinig spectaculaire wintersportplaats. Na Andermatt daalden we in hoge snelheid af door tunnels en galerijen, prachtig geconstrueerd in de wanden van de Schöllenen Schlucht. Als de autobahn naar de Gotthardtunnel zich in het dal voegt, worden wij weer naar een alternatief fietstraject geleid, die ons langs rustige paden naar Altdorf leidt. In Altdorf staan we op een overnachtingscamping langs een drukke weg, hetgeen een korte nachtrust betekende.

Rust hadden we wel nodig, want de volgende dag stond meteen de klim naar de Klausenpas op het programma. Direct vanaf de camping is het in lange rechte stukken klimmen geblazen door het smalle Schächental. Aan het eind van het dal een scherpe bocht, waarna een fraai uitzicht ontstaat op de lager gelegen dorpjes. In de laatste kilometers voor de top passeren we enkele hachelijk smalle trajecten (Gefährliche Strecken). Op de Col (1948m) is het bijkomen geblazen, want we ervoeren deze klim als de zwaarste van onze reis. De afdaling is eenvoudig met lange rechte stukken over een brede weg, waarna we ook nu eerst op een brede hoogvlakte aanbelanden vol met koeien. Aan het eind van de vlakte dalen we verder af langs een haarspeldbochtentraject naar Linthal, alwaar we weer een fietsroute konden volgen. Deze leidde ons via Glarus naar een boscamping aan de Walensee.

De hellingen langs de Walensee zijn bijzonder steil. Desondanks hebben de Zwiterse constructeurs er een autobahn, een secundaire weg, een spoorbaan en .... een separaat fietstraject weten te realiseren; knap staaltje wegenbouw. Het fietspad slingert via tunnels langs het meer en door dorpjes naar Sargans. Hier volgen we de Rijn, die daar de grens vormt met Liechtenstein, waar we in de bloedhitte via fietspaden en kleine weggetjes doorheen zijn getrokken. Na Schaan rijden we af op de grens met Oostenrijk.

Oostenrijk

Na Feldkirch kiezen we een alternatieve route naar Bludenz; op de kaart zien we ook een Furkapas in Oostenrijk. Via het Laternsertal fietsen we naar het begin van de klim. Het is zondag dus met vele lokale motorrijders volgen we de smalle weg omhoog door een redelijk verlaten dal. Tijdens het lunchen op de pas (1760m) begint het te regenen en moeten we met regenjack aan afdalen. In het dal zien we op veel kruispunten agenten en verkeersbegeleiders staan en we vermoeden dat er een wielrenwedstrijd langs zal komen. In Bludenz zien we de finish van wat toen de ronde van Oostenrijk bleek te zijn. Na Bludenz zoeken we de Silvretta Hochalpstrasse op; ook in het treffen we een fraai fietstraject aan over onverharde paden, door bossen en langs beken door het dal Montafon. Ook deze dag was het weer even wat minder. Daardoor klommen we in de regen de vele haarspeldbochten omhoog de Silvretta Hochalpenstrasse over. Boven hing een ‘Angelsaksische’ sfeer: mist, wolken, kale landschappen en nattigheid. Na de Bielerhöhe (2032 m) ging het weer naar beneden in een mooie, geleidelijke afdeling. Alleen de koeien op de weg zorgden ervoor dat we regelmatig moesten afremmen. In Landeck vonden we een camping, ingebouwd tussen huizen, grote winkels en bouwprojecten. De volgende ochtend snel door dus richting Imst. Maar niet via de kortste route. Nog snel een bergje meegepikt en via de Pillerhöhe (1600 m) afgedaald via Wenns naar Imst.

Ooit, zo’n 30 jaar geleden - toen we elkaar uiteraard nog niet kenden - vertoefden wij beiden met onze ouders enkele zomers op camping Imst-West. Hoe zou het daar nu zijn? Herkennen we het nog? En worden wij nog herkend? De aanrijroute is onherkenbaar door de vele grote zaken en supermarkten die er langs de weg zijn neergezet, maar op het moment dat we de Langgässe inrijden voelt het weer vertrouwd. De camping is niet veel veranderd, maar qua sanitair en faciliteiten wel met zijn tijd meegegaan. Wat maakt dat het nu een heerlijk rustige, kleine camping is die als goede uitvalsbasis kan dienen voor een paar mooie wandelingen.

De wandeltrip langs memory lane leidt ons in enkele dagen door de Rosengartenschlucht, met de stoeltjeslift naar de Untermarkter Alm (1490 m) en vandaar wandelend en klauterend naar de Muttekopfhütte (2000 m), schurend langs een rotswand richting de Latschenhütte (1750 m) en naar de Karröster Alm na een behoorlijke klim naar (bijna) de top van de Tschirgant (2370 m).

De fietsen brachten ons weer verder naar het Oëtztal. Over een prachtige mountainbikeroute, langs snelstromende rivieren, door dorpjes en over onverharde paden. Het laatste stuk tot Sölden, een wintersportoord met zomerreces, ging weer over de weg. Ook daar hebben we, de dag erna, een mooie wandeling gemaakt. Vanuit het dorp omhoog naar Hoch-Sölden, slingerend onder de kabelbanen door en verder over een onredelijk steil pad totaan de Rotkogelhütte (2666 m), met fraaie uitzichten op de Stubaier Gletscher. Vandaar ging het weer naar beneden via de Rettenbach Alm (2145 m).

De koninginnerit over de Timmelsjoch (2509 m) brengt ons op de hoogste pas van deze vakantie en voert ons Oostenrijk uit en loodst ons Italië binnen.

Italië

De laatste paar dagen brengen we door in Zuid-Tirol oftewel Noord-Italië. Maar zo on-Frans als de Alpen zijn in de Haute Savoy, zo on-Italiaans is het in Zuid-Tirol. Men spreekt voornamelijk Duits, de (plaats)namen zijn in het Duits en de sfeer is nog vooral die van Tirol. Ook Merano (of Meran) ademt veel meer Alpen dan Italië. Vanuit Merano nemen we de Jaufenpas (2099 m). Een behoorlijke klim, maar boven in de Edelweisshütte wacht ons een Gulashsuppe en Kaminwürstel mit Brot. In de bloembakken in het raamkozijn zien we echte Edelweiss groeien.

Vanaf de camping in Vipiteno beginnen we aan de laatste fietsdag. Die voert ons over de Penserpas (2215 m). Een lange klim naar een berghut die we al heel lang vantevoren zien liggen, maar niet snel dichterbij wil komen. De Speckknödelsuppe laten we ons goed smaken. De afdaling naar ons eindpunt Bolzano (of Bozen) is een bijzondere. We dalen eerst af naar Sarentino, waar we een broodje en wat druiven eten. Een lokale man vertelt ons dat we daar nog op 1000 meter zitten en dat Bolzano zeker 800 meter lager ligt. Terwijl we het idee hadden dat we al beneden in het dal waren! Het vervolg van de afdaling was dan ook verrassend. Zoevend naar beneden, door zeker 15 kortere en langere tunnels, met uitzicht op steile bergwanden, komen we aan in Bolzano. En daar voelden we ons pas echt in Italië. Wat een levendige stad: mooie panden, volle terrassen, een permanente markt en iedereen fietst! Na een Italiaanse maaltijd bij Stadt Hotel Cittá op het plein en een ijsje toe gaan we ’s avonds de bus in op weg naar Nederland. Een prachtige reis zit er weer op, waarvan de foto's hier te bewonderen zijn.