Kou en regen

Als je op Europese kaarten kijkt dan geven pashoogtes en stijgingspercentages precies aan hoe een traject zal verlopen. Zo kun je bijvoorbeeld in de Pyreneeen op een dag vertrekken met het voornemen in de ochtend de Col de Aspin te bedwingen en als het een beetje meezit fiets je dezelfde middag nog even over de Tourmalet.

In Laos gaat dat toch iets anders; de kaart geeft wel het traject aan tussen twee plaatsen en OK er staan bergtoppen met hoogtes aangeduid, maar hoe de weg zich tot die bergen verhoudt is niet te bepalen. Zo vertrokken we drie dagen geleden uit Vang Vieng voor de route langs de 13 naar Luang Prabang. Een medebewoner in het Guesthouse in VV maakte met zijn handen een golvende beweging toen we hem het vervolg van de reis vertelden. Nou dat hebben we geweten.

Het eerste deel verliep van Vang Vieng naar Phou Khoun, in het begin redelijk vlak fietsend tussen rijstplantages door met uitzicht op de kegelvormige bergen. Al vrij snel begon het met klimmen; door een omgeving waar grote stukken land en bos waren plat gebrand. Het had veel weg van een landschap na een vulkaanuitbarsting. Het nieuwe land werd vervolgens bewerkt en beplant, o.a. met bananenbomen. De uitzichten rondom waren adembenemend; waar je ook keek het was bergachtig en groen. Bomen tot de toppen van de bergen. Aldoor moesten we klimmen en af en toe een afdaling. In Kasi genoten we weer van onze dagelijkse noodlesoep; die hier in Laos vergezeld gaat van een groot bord met groenvoer (kool, munt, sla, sperciebonen (wat moeten we daar mee?)). Het vervolg van de tocht was een lange klim van zo'n 30 kilometer, waarbij het steeds kouder werd en we uiteindelijk in de wolken aanbelandden in Phou Khoun, een klein plaatsje gevormd rond een driesprong van wegen. We hadden 105 kilometer op de teller staan, waren redelijk uitgeput en hadden wel behoefte aan een stevige maaltijd. Helaas het aanbod was beperkt en we moesten het stellen met twee noodlesoepen, gegeten in het basic guesthouse waar we verbleven en waar we het 'restaurant' moesten delen met een groep jolige aangeschoten Lao. Wat was het daar koud!

De volgende dag bleven we vrijwel op hoogte fietsen; we vertrokken met regen en eerst flink dalen, toen wat op en neer om vervolgens weer te klimmen. Onderweg kom je door tientallen dorpjes met huizen die wezenlijk anders zijn dan de voornamelijk betonnen huizen die we de eerste fietsdagen langs de weg zagen. Hier bestaan de dorpjes uit houten huizen met rieten daken, maar ook troffen we hutten van bamboo aan. In een van de dorpen waren we getuige van een tandartspraktijk langs de weg. Mensen stonden in rijen te wachten voor hun behandeling, terwijl ze toekeken naar het slachtoffer dat aan de beurt was. We kwamen uiteindelijk aan in het plaatsje Kiew Ka Cham. De guesthouses daar lagen aan een zanderig/modderig dorpsplein. Voordat we het meest acceptabele verblijf uitkozen, bestond er eerst een behoefte om het tekort aan langzame koolhydraten aan te vullen. Dat is meestal geen enkel probleem en weldra hadden we fried rice en fried noodles voor onze neus staan (lekker!). Hoewel basic sliepen we in een acceptabel guesthouse.

's nachts regende het pijpenstelen en toen we de volgende ochtend vertrokken bleken we in de wolken te zitten (koud!) en het regende nog steeds. Voornamelijk hebben we moeten afdalen door het prachtige groene bergland. Dit moest echter wel gebeuren, terwijl het stevig regende; we waren doorweekt en koud (genieten!). In Xieng Ngeun zaten we dan ook bibberend aan de lunch, een zeer rijk gevulde noodlesoep (hoe kan het ook anders?). Op het laatste stuk naar Luang Prabang waren ze bezig met de vernieuwing van de weg. Althans ze hadden voorlopig de asfaltlaag verwijderd en we moesten dus door de blubber en door kuilen met plassen onze weg vervolgen. Wij en de fietsen zagen er niet uit toen we bij het guesthouse aankwamen. Beetje genant was het wel eigenlijk, maar de Lao zijn oppervriendelijk en we werden keurig geholpen met het sjouwen van onze besmeurde fietstassen. Een warm welkom.

Luang Prabang is werkelijk een parel. Er hangt een zeer ontspannen sfeer in de straten en lanen. Mooie panden afgewisseld met veel groen, palmbomen, bananenbomen, en ga zo maar door. Een koloniaal gevoel bekruipt je. We hebben vandaag genoten van het inmiddels weer herstelde weer en zijn gaan wandelen langs de diverse tempels die de stad rijk is. Veel boedhabeelden en stupa's gezien. Prachtige uitzichten op de Mekong- en de Nam Khan-rivier met vissersbootjes en aan de wal huisjes met stukjes bewerkt land. Nog niet eerder zo'n sterk Azie-gevoel ervaren, wat een fraaie scenery!

Morgen vertrekken we vroeg, want er staat een tocht van 112 km op het programma naar Pakmong, een plaats waarvan de Lonely Planet zegt: "...should you get stuck there". Dit geeft altijd aan dat je er beter niet kunt overnachten, dus we rekenen ditmaal op een griebus-slaapplek. Daarna fietsen we via Oudomxay naar de grens met Vietnam.

Tot de volgende keer weer en iedereen bedankt voor de leuke reacties op ons vorige bericht.