Rennsteiglauf Supermarathon

Dat we een loop van 60 kilometer aankunnen weten we inmiddels. Hoe zou het zijn als we daar overheen gaan? Om dat eens voorzichtig uit te proberen kozen we voor de Rennsteiglauf, een landschapsloop van 73 kilometer met de mogelijkheid om in het slechtste geval bij 55 kilometer uit te stappen. Zou het nodig zijn?

De start van de Rennsteiglauf is in Eisenach, midden Duitsland. Dat was nog een pittig eindje rijden, de dag voor zo'n lange loop. In de middag kwamen we aan en reden we eerst naar het centrum om daar ons startnummer op te halen. Op het centrale marktplein stond een grote feesttent opgesteld voor alle lopers en het was al druk. Bier, bratwurst, kuchen, de sfeer zat er goed in. Maar wij gingen eerst onze camping 10 km ten zuiden van Eisenach opzoeken en de tent opzetten om vervolgens weer terug te keren naar Eisenach voor de lopersmaaltijd. Geen pastaparty hier in Duitsland, maar een kloßparty bestaande uit een bord rode kool, gulasch en twee kloße (iets van een aardappelzetmeelbal met croutons erin). Prima eten, maar wel wat te weinig als je de volgende dag een monstertocht van 73 kilometer staat te wachten. Dus eten we nog wat extra bij een Aziatische imbiß, om vervolgens vroeg naar bed te gaan.

Om 4 uur gaat de wekker, want om 6 uur is al de start in het centrum van Eisenach. We zijn verrast over het aantal mensen dat hier aan de start staat van de langste afstand. Later lezen we dat het er zo'n 2500 zijn. Hier in Duitsland val je echt niet uit de toon als ultraloper. We starten rustig en dat moet ook wel, want we zijn de plaats nog niet uit of het begint meteen behoorlijk te stijgen. Dus wordt er ook meteen gewandeld. Dat zal de juiste strategie wel zijn. Wij houden het dribbelen toch nog wat langer vol.

De eerste 25 kilometer gaat het voornamelijk omhoog. Eisenach ligt op 215 meter boven NAP, maar bij kilometerpunt 25 zit je op bijna 900 meter. Daar komen we bij een berghut en skihelling, waar we de bergkam overgaan. Dan daalt het ineens heel sterk af naar zo'n 700 meter en gaat het wat op en neer. Vrijwel nergens is het vlak, dus we komen wel aan onze hoogtemeters. Maar het gaat nog steeds ontspannen. Dat komt ook wel door de verzorgingsposten die werkelijk uitmuntend zijn. Water, sportdrank, thee en Haferschleim, banaan, appel, brood met chocopasta, smeerkaas of reuzel, bratwurst of harde worst, het is er allemaal. Last van de hongerklop zul je hier niet krijgen.

De route klimt verder en net voorbij het 60 kilometerpunt zitten we op het hoogste punt op ruim 900 meter. Vanaf daar is het afdalen naar Schmiedefeld, waar een enorm terrein is omgebouwd tot finishterrein met feesttent. Harm had er 9 uur en 34 minuten voor nodig om de meet te bereiken en Betty 9 uur en 50 minuten. Niet eens echt moe, maar de benen gaven aan dat ze wel voldoende werk hadden verricht. Dus namen we dankbaar onze medaille, finishersshirt, oorkonde, bier en soep in ontvangst. Om vervolgens de bus op te zoeken die ons in een uur terug zou brengen naar Eisenach.

De volgende dag mochten we uitslapen. Liep het aanvankelijk nog wat stram, na het eten was het toch mogelijk om nog een wandeling te maken over een ander deel van de Rennsteig, alvorens in de auto te stappen en huiswaarts te keren.