De Marmotte en wat dies meer zij

Begin van het jaar zei een vriend dat hij de Marmotte weleens wilde fietsen. Maar dan in drie dagen in plaats van in één dag. "Dan fietsen wij mee", zeiden we meteen "en we plannen onze vakantie er wel omheen". Dus zo gezegd, zo gedaan.

Zaterdag 13 augustus fietsten we eind van de middag in een relaxed tempo naar Amsterdam om daar in de avond de nachttrein naar Bazel te nemen, na eerst nog een hapje te hebben gegeten op het station. Want in Bazel zou ons rondje van drie weken door de Jura en Alpen beginnen. De volgende ochtend waren we al vroeg in Bazel, dus gingen we ook al vroeg op pad. Het was niet lastig om meteen de juiste richting te vinden, dus reden we ook binnen de kortste keren Bazel uit.

De eerste dagen ging het door een glooiend, groen landschap door de Zwitserse Jura. Lieflijke landschappen, langs boerderijen, soms eens wat klimmen, dan weer wat dalen. Heerlijk peddelen. Maar eenmaal in Frankrijk werden de bergjes meer bergen en de rotsen steeds kaler en ruiger. Zo naderden we Grenoble en de Franse Alpen. Maar eerst moesten we de Col du Coq nog over, een pittige col met flink hellingspercentage en erbarmelijk wegdek vol kuilen en gaten. En dat terwijl het er die dag flink op los regende. 's Avond op de camping was het nog niet veel beter en kookten en aten we in de regen.

Maar de dag erna klaarde het op en kwamen we in een zonovergoten Bourg d'Oisans aan, waar we Klaas en Peter toevallig voor hun hotel aantroffen. Zij gingen nog een rondje fietsen ter voorbereiding op de grote tocht en wij gingen een camping uitzoeken en onze tent opzetten die nog wel moest drogen van de nattigheid van de avond ervoor. 's Avonds bij het diner werd de strategie nog eens doorgesproken om goed voorbereid van start te kunnen gaan.

En op maandag begon dan ons Marmotte-avontuur. Wij haalden Klaas en Peter om 9.30 uur op bij hun hotel om aan de eerste etappe over de Col de la Croix de Fer te beginnen. Een lange aanloop en dus ook een lange klim, terwijl de zon uitbundig scheen. Zo kwamen we boven op de col waar we eerst een broodje aten voordat we aan de afdaling begonnen. In die afdaling kreeg Klaas met een spaakbreuk te kampen. Dus voorzichtig verder dalen naar Saint Jean de Maurienne, waar we na enig navragen een fietsenmaker vonden die de spaak kon vervangen. 's Avonds aten we in het hotel van Klaas en Peter, waarna wij de camping en onze tent weer opzochten.

Voor de tweede dag stond de Col du Télégraphe en de Col du Galibier op het programma. We waren amper vertrokken richting Saint Michel de Maurienne, waar de klim begint, of Peter had een lekke band. Dus langs de weg werd de band geplakt en een half uurtje later konden we weer verder. Het eerste deel totaan de Télégraphe gaat grotendeels door bebost gebied, dus veel schaduw. Dus dat ging ook voorspoedig. Na de col volgde een korte afdaling naar Valloire waar we lunchten. Om van daaruit te beginnen aan de klim naar de Galibier. Door een open, breed dal ging het geleidelijkaan omhoog, waar we iets voor 19.00 uur aankwamen op de col. Wat een machtige uitzichten, met de Mont Blanc in de verte. En ook in de afdaling was het uitzicht fenomenaal. Zo kwamen we aan in La Grave, waar we snel de tent opzetten om meteen Klaas en Peter te gaan ophalen voor het eten. Na eerst een paar keer weggestuurd te zijn (we waren wat laat), vonden we toch nog een restaurant waar we pizza mochten bestellen.

Op de laatste dag van ons rondje daalden we eerst verder af naar Bourg d'Oisans om van daaruit naar de Alpe d'Huez te klimmen. Wat was het heet. Maar boven wachtte ons weer een fijne lunch. Om vervolgens via de Pas de la Confession af te dalen naar het stuwmeer bij Allemont en van daar onze camping op te zoeken. 's Avonds aten we nog een laatste keer met z'n vieren, want voor Klaas en Peter zat het erop. Maar ze hadden het helemaal volbracht.

De volgende ochtend zwaaiden we eerst Klaas en Peter uit die weer terugreden naar Nederland, terwijl wij nog een aantal mooie cols voor de boeg hadden. Eerst ging het nog een keer over de Glandon, een klim die op 2,5 kilometer na gelijk is aan die van de Croix de Fer. Maar de volgende dag ging het dan toch eindelijk over de Iseran. Die hadden we twee jaar geleden moeten laten schieten toen het te slecht weer was in de Alpen. Maar nu was het prachtig en warm. Een mooie klim door een groen dal leidde ons naar de Col de l'Iseran. Om vervolgens af te dalen naar Val d'Isere waar we op de camping neerstreken. De dag erna ging het over de Petit Saint Bernard, maar na al die hoge cols stelde die niet zoveel voor met z'n 5% helling.

Een semi-rustdag bracht ons even in Italië, waar we in de buurt van Aosta verbleven. Om van daaruit de Grand Saint Bernard over te gaan richting Zwitserland en Martigny. Dit keer trokken we niet het Rhônedal door zoals in 2010, maar gingen we naar het noorden. De echte Alpen lieten we al snel achter ons, maar de klim was er soms niet minder om. Vanaf Bex ging het richting de Col de la Croix met hellingen van tussen de 15 en 20%. Maar de laatste dagen in Zwitserland naarmate we de Jura weer naderden werd het landschap weer lieflijker en glooiender. Om zo weer terug te keren in Bazel, waar net een city swim werd gehouden door de Rijn.

En 's avonds laat stapten we weer op de trein om de volgende ochtend in Amsterdam aan te komen. Na 1500 kilometer onder de wielen te hebben doorgedraaid.

Naar de foto's...