Tenerife ten voeten uit

Altijd gedacht dat Tenerife het Canarische eiland voor de feestvierders en zonaanbidders was. Maar dat je er ook zo kan wandelen ...

We hadden weer een prachtbestemming gevonden: een huisje middenin een piepklein dorpje, Las Vegas, aan het einde van een doodlopende weg de berg op. Wat tokkende kippen, zoemende bijen, af en toe een blaffende hond ... Verder stil. De geur van sinaasappelbomen, een privé-zwembadje en een wijds uitzicht naar het zuiden richting zee. Dit is goed toeven.

Op de dag dat we aankomen verkennen we eerst de omgeving van het dorp en lopen we de circuito de Las Vegas. 's Avonds rijden we naar Los Cristianos om een hapje te eten. De volgende dag, dinsdag, rijden we langs de Teide om een wandeling te maken bij Aguamansa. Voor het avondeten vinden we een leuk restaurant, Los Angeles, in El Sauzal. We worden een beetje achteraf, onder de trap gezet, want het is Valentijnsdag en ze zijn eigenlijk volgeboekt. Ook al zien we daar niet veel van. De dag erna wandelen we langs het maanlandschap vanaf Vilaflor. Het regent en da's jammer. Onze wandelgids raakt doordrenkt. Maar in El Medano, aan de kust, schijnt de zon weer en eten we heerlijk in restaurante El Astillero de Avencio.

Om een leuk stukje te kunnen hardlopen rijden we de volgende dag een stukje de berg af en lopen we van Chimiche naar Villa de Arico en weer terug. Redelijk vlak, maar mooie uitzichten over het land en richting zee. In de middag rijden we naar Guïmar. Door het hek zien we de piramides, maar het is al te laat om het terrein nog op te gaan. In Candelaria eten we een eenvoudig menu in restaurante Tino.

Dan staat er weer een wandeling op het programma, waarvoor we helemaal naar de noordkant van het eiland rijden. Vanaf Afur hebben we mooi zicht op de zee aan de noordkant en komen we zelfs nog op het strand. Op de terugweg rijden we over een soort bergkam waarbij de bomen over de weg groeien. Alsof je in een tunnel rijdt. In restaurante La Pandorga in San Andres eten we nog iets voordat we weer op huis aan gaan. De dag erna zitten we aan de noord-west kant bij Silos. De wandeling die we daar maken komt langs overwoekerde paden met groenbemoste stenen aan weerszijden. De terugweg in de auto is spectaculair. Hoge pieken en diepe dalen, steile wegen en een harde, koude wind. De late middagzon en het tegenlicht dat de bergen in verschillende grijstinten hult. In Puerto Santiago eten we in de Fettucine Inn. De volgende dag blijven we wat dichter bij huis. Er staan twee beklimmingen op het programma: de Roque de los Brezos en de Conde. Harm loopt echt door naar de top, Betty houdt het voor gezien het laatste stukje. We willen die avond eigenlijk in het dorp eten, maar het restaurant blijkt al gesloten. Dus rijden we naar San Isidro en eten bij de Mirador del Salto, El Cordero II.

Dan moet er weer worden hardlopen. We kiezen voor dezelfde weg, maar een stukje verderop. Van Icor naar Fasnia en met een ommetje heuvelop weer terug. Betty heeft bijna een grote hond in haar kuit hangen, maar zijn baasje roept hem gelukkig op tijd terug. In de middag gaan we naar de hoofdstad: Santa Cruz. Indrukwekkend gebouw van Calatrava. En we eten bij Plaza 18.

De koninginnetocht hebben we bewaard voor de één na laatste dag. We rijden weer richting de Teide en beklimmen de Montaña Blanca (2748 meter). Beneden is het nog mistig en vochtig, maar boven is het helder en hebben we een prachtig uitzicht. Met name naar de top van de Teide toe. Op de terugweg naar de auto begint het echter weer te regenen en eenmaal terug in de auto breekt het helemaal los. Harde windvlagen. Maar we komen weer veilig beneden aan de kust. In Puertito Guïmar eten we bij Chef Padilla.

En dan zit de vakantie er alweer bijna op. De laatste dag, voor vertrek naar huis, wandelen we nog naar de Montaña Roja, vlakbij het vliegveld. We zien de vliegtuigen laag overkomen. Strandgasten liggen te bakken in El Médano. Dus toch ...

Naar de foto's...